Zakelijkheid ritten niet bewezen

Gepubliceerd op: 6 augustus 2025

Een werknemer heeft niet overtuigend aangetoond dat ritten met de auto van de zaak zakelijk waren. Aldus Hof Den Bosch in een recente uitspraak.

Verklaring geen privégebruik

Op verzoek van de werknemer heeft de Belastingdienst voor de auto van de zaak een Verklaring geen privégebruik afgegeven. Op basis van die verklaring draagt de werkgever in zijn loonadministratie voor de auto geen loonbelasting af. Voorwaarde is dat de werknemer met de auto in een kalenderjaar niet meer dan 500 privékilometers heeft gereden.

De Belastingdienst vraag de werknemer om de onderbouwing dat aan deze voorwaarde is voldaan. De werknemer stuurt daarvoor een rittenadministratie en aanvullende informatie naar de Belastingdienst. In de rittenregistratie zijn kilometers opgenomen voor ritten in het kader van:

  • het bezoeken van restaurants;
  • de plek waar de werknemer fitness geniet, onder begeleiding van een personal trainer;
  • bezoeken aan de golfbaan.

Overtuigend aantonen

Het bewijs dat niet meer dan 500 privékilometers met een auto van de zaak zijn gereden, rust op de berijder van de auto. Het gaat om de zeer zware bewijslast van “overtuigend aantonen”. Het Hof is het met de Belastingdienst eens dat de werknemer daar niet in is geslaagd.

De zakelijkheid van de ritten naar de restaurants onderbouwt de werknemer als volgt. Het gaat om een lunch met zijn stiefdochter waarin is besproken welke werkzaamheden de werknemer voor de onderneming van de stiefdochter zou kunnen uitvoeren. De – kennelijk door de werknemer opgestelde – verklaring van de stiefdochter acht het Hof niet voldoende bewijs. Hetzelfde geldt voor de ruim 2 jaar na de lunch opgestelde offerte voor werkzaamheden jegens de onderneming van de stiefdochter.

Ten aanzien van de fitness overweegt het Hof dat het privé-element overheerst. De fitnesssessies zijn namelijk goed voor het algemeen welbevinden van de werknemer. Voor zover moet worden aangenomen dat de fitnesssessies zowel een zakelijk als een privékarakter hebben, is geen sprake van ritten die niet zouden zijn gemaakt door iemand die wat inkomen vermogen en gezin betreft in dezelfde omstandigheden als de werknemer verkeerde, maar die niet in dienstbetrekking werkt.

Aan de beoordeling van de ritten naar de golfbaan komt het Hof (helaas) niet toe omdat met de oordelen over de ritten naar de restaurants en naar de fitness de 500 kilometer reeds worden overschreden.

Naheffing ten laste van de werknemer

Het Hof concludeert dat de Belastingdienst terecht een naheffingsaanslag loonbelasting heeft opgelegd aan de werknemer (doordat de werknemer een Verklaring geen privégebruik heeft verkregen, wordt de naheffingsaanslag niet opgelegd aan de werkgever). Over de nageheven loonheffingen (€ 4.461) is belastingrente (€ 208) berekend en de Belastingdienst heeft een verzuimboete (van € 1.115) opgelegd. Het Hof laat dit in stand, met dien verstande dat de boete door de rechtbank reeds met 10% is verlaagd (naar € 1.003) in verband met de overschrijding van de redelijke termijn voor de behandeling van de zaak.

Andere artikelen