Woon-werkverkeer in de BTW

Ondernemers moeten BTW afdragen voor het privégebruik van de tot het BTW-ondernemingsvermogen behorende auto’s. Hoe telt het met de auto’s gereden woon-werkverkeer hier in mee?

Loon- en inkomstenbelasting

Voor de loon- en inkomstenbelasting wordt het woon-werkverkeer aangemerkt als zakelijk gebruik van de auto. Het gaat dan om de rit van de woning naar de werkplaats via de meest voor de hand liggende route. Omrijden om de kinderen naar school of opvang te brengen, om boodschappen te doen en dergelijke wordt wel gezien als privégebruik.

BTW

Voor de BTW worden de ritten van woning naar werk aangemerkt als het bevredigen van de privébehoeften van de gebruikers van de auto’s. En ten aanzien van dit privégebruik moet BTW worden afgedragen.

In veel gevallen wordt voor deze afdracht gebruik gemaakt van een goedkeuring van de Staatssecretaris van Financiën. De afdracht bedraagt van 2,7% van de cataloguswaarde van de auto (in sommige situaties 1,5%). Maar in gevallen waarin het daadwerkelijke privégebruik bekend is, moet de BTW-correctie daar op worden gebaseerd.

Ambulante werknemers

In een recente uitspraak van Rechtbank Noord-Holland speelt de vraag of het woon-werkverkeer van ambulante salesmedewerkers voor de BTW ook kwalificeert als privégebruik. De werkgever beriep zich op het arrest Fillibeck van het Hof van Justitie.

Dit arrest betreft bouwvakkers die geen keuze hebben waar ze hun werkzaamheden verrichten. Ze kunnen dagelijks op een andere bouwplaats werken. Bij de keuze van hun woonplaats kunnen ze geen rekening houden met de plaats waar hun werkgever hen tewerk stelt. Daarom wordt het door hun werkgever geregelde vervoer naar de bouwplaatsen niet aangemerkt als privégebruik.

De situatie van de salesmedewerkers ligt, aldus de Rechtbank, anders. Zij werken weliswaar bij cliënten, maar een belangrijk deel van de werkzaamheden wordt ook verricht in de kantoorruimte en showroom. De ritten van hun huis naar kantoor (en terug) blijven daarom een privéaangelegenheid van de werknemers. Van bijzondere omstandigheden, die dit anders maken, is niet gebleken.

Bewijs

Doordat de salesmedewerkers niet dagelijks de rit naar kantoor maken, is de afdracht voor het privégebruik op basis van 2,7% van de cataloguswaarde te hoog. Het is echter aan de ondernemer om te bewijzen hoeveel de af te dragen BTW moet bedragen.

Daarbij mogen statistische gegevens worden gehanteerd. Maar alleen indien die voldoende vergelijkbaar zijn met de situatie waarvoor het bewijs moet worden geleverd. Ook daarvan rust de bewijslast op de ondernemer.

Andere artikelen

Afbetaling coronaschulden

Met ingang van oktober 2022 moeten ondernemers hun coronaschulden aflossen aan de Belastingdienst. We zetten de regels die daarbij gelden voor je...

Restwaarde leasefiets

De Staatssecretaris van Financiën heeft in een besluit een goedkeuring gegeven voor de bepaling van de restwaarde van een “leasefiets”.

De belastingplannen voor 2023

Welke belangrijke fiscale voorstellen kwamen op Prinsjesdag 2022 uit het koffertje van minister Kaag van Financiën? Wij zetten de tien belangrijkste voor...