28-06-2019

Werknemersopties mogelijk aantrekkelijker gemaakt

Voor de loonbelasting omvat het loon van een werknemer al hetgeen uit de dienstbetrekking wordt genoten. Dus ook aan werknemers toegekende opties op aandelen in de werkgever moeten worden belast met loonbelasting.

Optie

Een optie omvat het recht van de werknemer om op enig moment aandelen te verwerven in de werkgever. Aan een werknemersoptie wordt meestal de voorwaarde verbonden dat de werknemer op het uitoefenmoment nog in dienst van de werkgever moet zijn.

Op het uitoefenmoment kan de werknemer de aandelen verwerven, tegen betaling van de uitoefenprijs, maar hij of zij mag daar uiteraard ook van afzien. Meestal vervalt de optie wanneer die niet binnen een bepaalde termijn is uitgeoefend.

Moment van heffen

De loonbelasting is niet verschuldigd op het moment waarop de werkgever de optie toekent. Pas op het moment waarop de werknemer de optie uitoefent, is over het op dat moment daadwerkelijk behaalde voordeel loonbelasting verschuldigd.

In het verleden was dit omgekeerd. Bij toekenning van de werknemersoptie moest de waarde worden bepaald en aan de hand daarvan het op dat moment te belasten voordeel. Op het uitoefenmoment was geen loonbelasting verschuldigd. Het spreekt voor zich dat dit leidde tot gesteggel over hoe op het moment van het toekennen van de optie de waarde van het recht moet worden bepaald. Hoe lager die waarde, hoe groter het fiscale voordeel.

Voordeel

Het met loonbelasting te belasten voordeel is het verschil tussen de waarde van het verworven aandeel minus de door de werknemer te betalen uitoefenprijs. Deze loonbelasting wordt afgedragen door de werkgever, maar die verhaalt de belasting op de werknemer.

Voorbeeld: aan een werknemer is in 2017 het recht toegekend om in 2019 een aandeel in de werkgever te verwerven, tegen een uitoefenprijs van 150. In 2019 is heeft een aandeel een waarde van 225. De werknemer oefent de optie uit en betaalt de in 2017 bepaalde uitoefenprijs van 150. Er is loonbelasting verschuldigd over: 225 -/- 150 = 75.

Wanneer de uitoefenprijs nihil had bedragen, komt het te belasten voordeel op: 225 -/- 0 = 225. Maar wanneer de uitoefenprijs gelijk is aan de waarde van de aandelen, betaalt de werknemer: 225 en bedraagt het te belasten voordeel: 225 -/- 225 = 0.

Start-ups en scale-ups

Werkgevers gebruiken werknemersopties cq. werknemersaandelen vaak om belangrijke werknemers (meer) aan de onderneming te binden. Voor jonge (innovatieve) bedrijven is een extra argument dat de toekenning van werknemersopties en het leveren of uitgeven van aandelen niet ten koste van de cash flow van de onderneming gaat.

Probleem bij het gebruik van werknemersopties door start-ups en scale-ups is dat bij de uitoefening van de opties loonbelasting moet worden betaald. De (vaak jonge) werknemers beschikken op dat moment niet over de middelen om de loonbelasting te voldoen. Hun deels in de vorm van werknemersopties uitbetaalde salaris is daarvoor niet toereikend. En ze kunnen meestal nog geen aandelen verkopen om met de opbrengst de belasting te voldoen.

Om dit probleem op te lossen, heeft Staatssecretaris Snel van Financiën aangekondigd te overwegen om het moment waarop de loonbelasting wordt geheven te verschuiven naar een later moment dan het uitoefentijdstip van de optie. Wanneer deze maatregel er komt, gaat die waarschijnlijk per 1 januari 2021 in.