Wat is anders in je aangifte IB 2017?

Elk jaar wijzigt de wetgeving inzake belastingheffing. Welke zaken zijn er anders in je aangifte inkomstenbelasting (IB) 2017 ten opzichte van 2016? We stippen de voor de particuliere aangifte IB 2017 belangrijkste items aan. Dit is uiteraard geen uitputtend overzicht.

Inleverdatum

Niet nieuw meer, maar voor velen nog wel wennen. De aangifte IB 2017 moet uiterlijk 30 april 2018 bij de Belastingdienst binnen zijn (vóór 1 mei dus). Velen zijn er nog aan gewend dat de aangifte IB voor 1 april moet zijn ingeleverd.

In verband met het vullen van de VIA (zie hierna) is het ook niet mogelijk om de aangifte IB 2017 vóór 1 maart 2018 bij de Belastingdienst in te leveren. Je kunt je aangifte in je persoonlijk domein op www.belastingdienst.nl ook pas vanaf 1 maart 2018 benaderen. Ons advies: wacht een paar dagen. De eerste dagen wil de website nog wel eens vastlopen op het grote aantal aangiftemakers.

VIA

Net als in de vorige jaren kun je voor je aangifte IB 2017 de door de Belastingdienst verzamelde gegevens downloaden. Dit wordt aangeduid als de VIA (VoorIngevulde Aangifte). VWGNijhof kan deze gegevens ophalen, als je ons daarvoor machtigt.

Je bent en blijft er zelf voor de volle 100% verantwoordelijk voor dat je een juiste en volledige aangifte IB 2017 inlevert. Doe je dat niet dan kan de Belastingdienst te weinig betaalde belasting navorderen en boetes opleggen.

Controleer de gegevens van de VIA dan ook zorgvuldig (of laat dat doen). Welke informatie je nodig kunt hebben voor je aangifte IB 2017 lees je hier.

Inflatiecorrectie

Diverse vrijstellingen, drempels en dergelijke worden elk jaar automatisch bijgesteld aan de hand van de inflatie. Deze inflatiecorrectie bedroeg voor 2017 slechts 1,003. Dat betekent voor de meeste bedragen dat ze niet of maar een paar euro afwijken van de bedragen van 2016.

Op de tarieven en heffingskortingen wordt de inflatiecorrectie niet toegepast. Deze worden elk jaar opnieuw vastgesteld op basis van het door de overheid gewenste inkomensplaatje.

Je vindt de voor 2017 geldende cijfers in ons handige (elektronisch) boekje Fiscale Cijfers 2018 en 2017.

Privégebruik auto van de zaak

De bijtelling voor het privégebruik van je auto van de zaak bedraagt in 2017: 22% van de cataloguswaarde van de auto. Voor auto’s zonder uitstoot van CO2 (dat zijn alleen de volledig aangedreven auto’s) geldt een bijtelling van 4%. Deze bijtellingen gelden voor auto’s die in 2017 voor het eerst op kenteken zijn gezet. Zie ook onze uitgebreide notitie Bijtelling privégebruik auto van de zaak – regeling ingaande 1 januari 2017.

Voor auto’s die vóór 1 januari 2017 voor het eerst op kenteken zijn gezet geldt een basis bijtelling van 25%. Afhankelijk van de CO2-uitstoot wordt van deze basis bijtelling een korting van afgetrokken. Deze korting geldt gedurende 60 maanden. Daarna geldt de korting van dat moment. Die korting is dan meestal 0, waardoor de bijtelling 25% bedraagt (en niet de ingaande 2017 geldende 22%). De vraag of dat terecht is, heeft de VZR voorgelegd aan de belastingrechter. Zie ons artikel Bezwaar tegen bijtelling privegebruik auto.

Werknemers merken in hun aangifte IB weinig van de bijtelling voor hun auto van de zaak. Met die bijtelling is namelijk al rekening gehouden bij de loonbelasting. De bijtelling is verwerkt in de jaaropgave die je van je werkgever ontvangt.

Eigen woning

Het belastingvoordeel voor de rente en kosten voor de lening waarmee je eigen woning is gefinancierd, bedraagt in 2017 nog maximaal 50%. Je trekt van je inkomen af het saldo van de eigen woningbijtelling en de rente en kosten van de financiering. Die aftrek geschiedt, voor zover je inkomen meer bedraagt dan € 67.072, tegen het tarief van 52%. Vervolgens wordt over het deel van de rente en kosten, voor zover dat is afgetrokken tegen het tarief van 52%, 2% belasting bijgeteld. Een rekenvoorbeeldje vind je in ons artikel Geen eigen woningbijtelling toch belasting betalen.

De afbouw van de aftrek van eigen woningrente loopt op dit moment op met 0,5%-punt per jaar. In het Regeerakkoord van Rutte III is voorzien in een versnelling van deze afbouw (3%-punt per jaar).

Als je eigen woningbijtelling hoger is dan de aftrekbare rente en kosten op de financiering van je woning, valt de bijtelling weg tegen de zogeheten Hillenaftrek. Die aftrek wordt pas met ingang van 2019 afgeschaft.

Box 3

In de aangifte IB 2017 wordt het forfaitaire rendement over je inkomen uit sparen en beleggen (box 3) niet meer berekend op 4% van de rendementsgrondslag. Daarvoor wordt nu een staffel gehanteerd. Het heffingvrije vermogen is verhoogd naar € 25.000 (voor fiscaal partners: € 50.000).

De overheid probeert met deze versoepeling te voorkomen dat de belastingrechter de heffing in box 3 onderuit schoffelt. Uit ons artikel Box 3 = buitensporige last blijkt dat dit vooralsnog succesvol is.

Het tarief waartegen de belasting in box 3 wordt berekend, is ongewijzigd: 30%.

Veel mensen zijn de als onrechtvaardig ervaren heffing in box 3 inmiddels ontlopen. Dat doen ze door hun spaargeld en/of beleggingen onder te brengen in een BV of open fonds voor gemene rekening. Voor 2017 is dat niet meer mogelijk. Dan had je dit vóór 1 januari 2017 moeten effectueren.

Kinderalimentatie

In 2017 mag je een schuld in verband met de verplichting om alimentatie voor je kinderen niet meer opvoeren in box 3.

Andere artikelen

Afbetaling coronaschulden

Met ingang van oktober 2022 moeten ondernemers hun coronaschulden aflossen aan de Belastingdienst. We zetten de regels die daarbij gelden voor je...

Restwaarde leasefiets

De Staatssecretaris van Financiën heeft in een besluit een goedkeuring gegeven voor de bepaling van de restwaarde van een “leasefiets”.

De belastingplannen voor 2023

Welke belangrijke fiscale voorstellen kwamen op Prinsjesdag 2022 uit het koffertje van minister Kaag van Financiën? Wij zetten de tien belangrijkste voor...