Selecteer een pagina

Voorlopige aanslag en AB-dividend

Dividend op aanmerkelijk belang aandelen (AB-dividend) wordt belast met inkomstenbelasting in box 2. Het tarief bedraagt proportioneel 25%. Als het dividend echter in 2014 wordt uitgekeerd, is het tot € 250.000 belast tegen een tarief van 22%. Dit tariefopstapje geldt per belastingplichtige. Fiscaal partners kunnen hun B.V. (of de B.V. van één van hen) derhalve maximaal € 500.000 aan AB-dividend laten uitkeren tegen het eenmalige AB-tarief van 22%. Ze moeten het dividend dan wel op de juiste wijze onderling toerekenen (in de aangifte inkomstenbelasting en/of in het verzoek om een voorlopige aanslag op te leggen).

In de praktijk verloopt de belastingheffing overigens wat anders. Op het moment van de uitkering van het AB-dividend moet de B.V. namelijk dividendbelasting inhouden tegen een tarief van 15%. De B.V. moet deze dividendbelasting binnen één maand na de betaalbaarstelling van het dividend aangeven bij en betalen aan de Belastingdienst. Vervolgens moet de aandeelhouder die het dividend ontvangt, het dividend verwerken in zijn of haar aangifte inkomstenbelasting. Dan wordt het dividend belast met 25% (of 22%) inkomstenbelasting onder verrekening van de door de B.V. ingehouden dividendbelasting.

De per saldo nog door de aandeelhouder verschuldigde inkomstenbelasting bedraagt derhalve 10% (25% – 15%) of 7% (22% – 15%) van het uitgekeerde dividend. Deze belasting is verschuldigd op de aanslag die wordt opgelegd naar aanleiding van de in 2015 (of later, als uitstel is verleend) in te dienen aangifte. Als die aanslag wordt opgelegd ná 30 juni 2015 berekent de Belastingdienst belastingrente over de periode ingaande op 1 juli 2015 en eindigend op de laatste dag van de betalingstermijn van de (voorlopige) aanslag (de betalingstermijn loopt gedurende de 6 weken na de dagtekening van de aanslag). Het rentetarief dat de Belastingdienst daarbij hanteert bedraagt (minimaal) maar liefst 4%! Dat is veel meer dan op dit moment op nagenoeg alle spaartegoeden aan rendement kan worden verkregen.

Reden voor veel belastingplichtigen om de verschuldigde belasting maar te voldoen voordat de belastingrente wordt verschuldigd. De meeste belastingplichtigen kiezen er voor om de belasting nog in 2014 te voldoen door de Belastingdienst te verzoeken nog in 2014 een voorlopige aanslag op te leggen. De reden daarvoor is dat de belastingschuld niet in aftrek komt op het inkomen uit sparen en beleggen (de vermogensrendementsheffing in box 3). Wanneer de belasting echter daadwerkelijk is betaald, zijn de banktegoeden verminderd met het betaalde bedrag en is over de belasting geen vermogensrendementsheffing verschuldigd.

De software van de Belastingdienst voorziet niet in de verwerking van het hiervoor beschreven tariefopstapje. In voorlopige aanslagen inkomstenbelasting over 2014 wordt AB-dividend daarom belast volledig tegen een tarief van 25%. Sinds enige tijd is het zelfs wettelijk geregeld, dat de Belastingdienst er niet in hoeft te voorzien dat aanslagen op (onder andere) dit punt juist worden opgelegd. Gevolg is dat bij een AB-dividend gelijk aan het maximum van het tariefopstapje 3% van € 500.000 = € 15.000 teveel aan inkomstenbelasting in rekening wordt gebracht. Natuurlijk wordt dit recht getrokken nadat aangifte inkomstenbelasting is voldaan, maar over te ontvangen bedragen vergoedt de Belastingdienst geen belastingrente.

Onlangs heeft de Belastingdienst (eindelijk) goedgekeurd dat het in een verzoek om (wijziging van) een voorlopige aanslag inkomstenbelasting 2014 het AB-dividend tot € 250.000 niet volledig wordt aangegeven. Door 22/25e van het dividend aan te geven (dat komt, bij een AB-dividend gelijk aan het maximum van het tariefopstapje, neer op € 220.000) onder verrekening van de totale dividendbelasting (15% van € 250.000 = € 37.500), wordt het juiste bedrag aan belasting berekend. 25% van € 220.00 is immers gelijk aan 22% van € 250.000.

Uiteraard hadden we deze oplossing zelf al bedacht, maar formeel was het niet toegestaan om zo te handelen. Aandeelhouders aan wie reeds een te hoge voorlopige aanslag is opgelegd, kunnen de Belastingdienst op grond van de recente goedkeuring uiteraard verzoeken om die aanslag aan te passen.

Andere artikelen