Vermogen in stichting; truc mislukt

Een moeder heeft haar vermogen in een stichting ondergebracht. Het zou daardoor niet langer worden gezien als haar eigen vermogen en onbelast blijven.

Truc mislukt

Onlangs besliste de rechtbank Den Haag dat deze truc mislukt. Het vermogen, dat in de stichting wordt gehouden, dient te worden gezien als een afgezonderd particulier vermogen (APV). Het vermogen moet daardoor fiscaal worden toegerekend aan moeder. Moeder is in 2013 overleden. Het vermogen valt in haar nalatenschap. Als gevolg hiervan is haar zoon erfbelasting verschuldigd.

APV-regime

Sinds 1 januari 2010 kent de fiscale wetgeving een regeling voor het afzonderen van vermogen. Doel van de regeling is het voorkomen dat vermogen wordt afgezonderd en daardoor onbelast blijft, omdat het aan niemand toe te rekenen is. Het APV-regime kijkt door de entiteit heen en belast het vermogen bij de achterliggende eigenaren of erfgenamen van het vermogen. De vestigingsplaats of de rechtsvorm van een APV zijn niet van belang.

Sociaal belang

Moeder richtte in 1993 stichting A op. De stichting had onder andere als doel het bevorderen van het onderwijs in de moderne talen. Na haar overlijden blijkt echter dat moeder zich de afgelopen jaren niet bezig heeft gehouden met het verwezenlijken van de doelstelling van de stichting. De enige activiteit van de stichting bestond uit de verhuur van vier panden in Den Haag. De stichting kan volgens de rechtbank dan ook niet kwalificeren als sociaal belang behartigende instelling (SBBI).

Familie

De rechtbank baseerde haar oordeel ook op het feit dat tussen de betrokkenen bij de stichting een familierelatie bestond. De zoon van moeder was voorzitter en penningmeester van stichting A. Daarnaast werden de vier panden van de stichting stuk voor stuk verhuurd aan familieleden tegen niet-marktconforme huurprijzen. Ook stond moeder in privé borg voor de hypotheken van de stichting en heeft zij de hypotheekrente in haar aangifte inkomstenbelasting in aftrek gebracht.

Particulier belang

De rechtbank trekt uit het voorgaande de conclusie dat sprake is van een APV. Het vermogen in de stichting behartigt het belang van de familie en niet het sociaal belang dat in de doelstelling staat omschreven. Er wordt een ‘meer dan bijkomstig particulier belang beoogd’. Het vermogen is door moeder afgezonderd, maar dient op grond van de artikelen 2.14a Wet IB 2001 en 16 Successiewet 1956 tot haar nalatenschap te worden gerekend.

Andere artikelen

De belastingplannen voor 2023

Welke belangrijke fiscale voorstellen kwamen op Prinsjesdag 2022 uit het koffertje van minister Kaag van Financiën? Wij zetten de tien belangrijkste voor...

Hogere winstbelastingen!!

Al snel na het bereiken van het akkoord over de koopkrachtmaatregelen, zijn deze uitgelekt. Wij ontlenen het onderstaande aan de pers.