Te laat teruggaafverzoek BTW zonnepanelen

20151019_zonnepanelen_VWGNijhof

Op 13 juni 2013 besliste het Europese Hof van Justitie (HvJ) in het arrest “Fuchs” dat een particulier die elektriciteit uit zonnepanelen levert aan het elektriciteitsnet, wordt gezien als BTW-ondernemer. Gevolg is dat de BTW op de aanschaf van de zonnepanelen mag worden afgetrokken. Door de toepassing van de kleine ondernemersregeling (kor) hoeft in de jaren na de aanschaf van de zonnepanelen in de meeste gevallen geen BTW te worden afgedragen, waardoor de BTW-plicht ten aanzien van zonnepanelen per saldo meestal neer komt op het terugontvangen van de BTW op de aanschaf van de zonnepanelen.

Een dergelijk fiscaal voordeeltje wil uiteraard niemand zich laten ontgaan. Maar de Belastingdienst kwam al snel met het standpunt dat de BTW op zonnepanelen aangeschaft vóór het arrest Fuchs niet werd teruggegeven. Dat dit standpunt in overeenstemming is met (Europese) rechtspraak is inmiddels door de belastingrechter bevestigd. Maar er spelen uiteraard nog situaties waarin de aanschaf van de zonnepanelen kort voor de uitspraak is gedaan.

Rechtbank Zeeland-West-Brabant oordeelde onlangs over een situatie waarin de zonnepanelen waren aangeschaft in april 2013. Belanghebbende informeerde in juli en augustus 2013 bij de Belastingdienst hoe hij de BTW op de aangeschafte zonnepanelen terug kon ontvangen, maar kreeg als antwoord dat dit nog niet duidelijk was. Uiteindelijk diende hij op 10 oktober 2013 het van de Belastingdienst ontvangen startersformulier in en op 13 november 2013 het naar aanleiding daarvan uitgereikte aangiftebiljet BTW, waarin hij uiteraard verzocht om teruggaaf van BTW. Dat verzoek werd door de Belastingdienst geweigerd met als argument dat belanghebbende zich vóór 1 augustus 2013 als BTW-ondernemer had moeten melden.

De Rechtbank heeft beslist dat het verzoek om teruggaaf van BTW moet zijn ingediend binnen 3 maanden na het einde van het kwartaal waarop het betrekking heeft. De zonnepanelen waren aangeschaft in het tweede kwartaal van 2013, zodat het teruggaafverzoek voor 1 oktober 2013 moest worden ingediend. Het op 10 oktober 2013 ingediende verzoek was daarom te laat, maar omdat belanghebbende op tijd had geprobeerd zijn recht op aftrek te effectueren, wierp de Rechtbank hem dat niet tegen en verleende alsnog de gevraagde teruggaaf. De handelwijze van de Belastingdienst heeft volgens de rechtbank geleid tot een systematische en onrechtmatige belemmering van het recht op aftrek van BTW.

Andere artikelen

Afbetaling coronaschulden

Met ingang van oktober 2022 moeten ondernemers hun coronaschulden aflossen aan de Belastingdienst. We zetten de regels die daarbij gelden voor je...

Restwaarde leasefiets

De Staatssecretaris van Financiën heeft in een besluit een goedkeuring gegeven voor de bepaling van de restwaarde van een “leasefiets”.

De belastingplannen voor 2023

Welke belangrijke fiscale voorstellen kwamen op Prinsjesdag 2022 uit het koffertje van minister Kaag van Financiën? Wij zetten de tien belangrijkste voor...