Selecteer een pagina

Strijd met het zakelijkheidsbeginsel

De Rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft geoordeeld dat een ondernemer, die vrachtauto’s tegen een lagere prijs doorverhuurt, handelt in strijd met het zakelijkheidsbeginsel.

De zaak

De berechte zaak betreft een ondernemer die in Nederland onderneemt via een eenmanszaak. Hij leaset van een derde partij vrachtauto’s voor € 2.250 per vrachtauto per maand. Deze vrachtauto’s verhuurt hij door aan een buitenlandse vennootschap, waarvan hij samen met zijn broer en zoon aandeelhouder is. De doorverhuur geschiedt tegen dezelfde prijs als waarvoor de ondernemer de vrachtauto’s leaset. Behalve in 2014. In dat jaar wordt doorverhuurt voor € 1.250 per maand.

Verlies

Het logische gevolg is dat de ondernemer over het jaar 2014 een verlies lijdt, terwijl alle in andere jaren sprake is van winst. Dit incidentele verlies is voor de Belastingdienst aanleiding tot het instellen van een boekenonderzoek. Daarbij stelt de Belastingdienst dat het doorverhuren tegen een lagere prijs in strijd is met het zakelijkheidsbeginsel. Op grond van goedkoopmansgebruik wordt het verlies daarom gecorrigeerd naar een winst.

Goedkoopmansgebruik

De rechtbank overweegt dat de hoofdregel is dat alleen opbrengsten die daadwerkelijk zijn genoten, in de belastingheffing worden betrokken. Ook wanneer een ondernemer om persoonlijke redenen een voordeel in zijn bedrijf onbenut laat, kan dit voordeel in het algemeen niet tot de winst worden gerekend. Maar er kunnen zich bijzondere omstandigheden voordoen op grond waarvan de winst wel moet worden gecorrigeerd.

De rechtbank stelt vast dat bij de doorverhuur sprake is van een onzakelijke prijs. Daarvoor vergelijkt de rechtbank met de prijs die de ondernemer aan de derde betaalt. Bovendien rekent de ondernemer in alle andere jaren dan in 2014 een huurprijs die € 1.000 hoger is. En de te lage prijs is in rekening gebracht aan een vennootschap waarin de ondernemer, zijn broer en zoon alle aandelen houden. Dit alles zijn zodanig bijzondere omstandigheden dat een winstcorrectie gerechtvaardigd is.

De ondernemer heeft wel een aantal tegenargumenten ingebracht, maar heeft verzuimd om die te onderbouwen. Daarmee is hij in de procedure bij voorbaat kansloos. Enige zakelijke onderbouwing voor de incidenteel lagere huurprijs was wellicht al voldoende geweest om aan de winstcorrectie te ontkomen.

Andere artikelen