Stamrechtuitkering niet in plaats van managementvergoeding

Gepubliceerd op: 7 augustus 2025

De zaak waarin Rechtbank Den Haag onlangs heeft geoordeeld, betreft een directeur-grootaandeelhouder (dga) die alle aandelen houdt van twee BV’s: een holding-BV waaruit hij voor verrichte werkzaamheden een managementvergoeding (belast als loon) ontvangt en een stamrecht-BV.

Ingang stamrecht vergeten

In 2022 komt de inspecteur vennootschapsbelasting erachter dat de uitkeringen uit het stamrecht in 2017 in hadden moeten gaan. De Belastingdienst geeft de dga de volgende (uiterst schappelijke) keuze:

  • heffing van loonbelasting ineens over de economische waarde van het stamrecht + 20% revisierente over dezelfde waarde;
  • de belasting over de uitkering in 2017 navorderen, vervolgens levenslang de jaarlijkse stamrechtuitkering belasten en in 2017 een vrijvalwinst in de vennootschapsbelasting.

De dga kiest uiteraard voor de tweede optie, aangezien de direct te betalen belasting dan een stuk lager is en – vooral – wordt voorkomen dat revisierente wordt berekend.

Terugwerkende kracht

De dga is echter van mening dat de jaarlijkse stamrechtuitkering in 2017, 2018 en 2019 niet wordt belast. Hij wil namelijk zijn managementvergoeding (loon) uit Holding-BV terugwerkend verlagen (en het bedrag van de verlaging terugbetalen aan Holding-BV) met het bedrag van de stamrechtuitkering. Per saldo blijft zijn inkomen dan gelijk en zou door Stamrecht-BV enkel vennootschapsbelasting verschuldigd zijn over de vrijvalwinst.

Het verbaast ons niet dat de dga hierbij de Rechtbank op zijn weg vindt. Hetgeen de dga voorstaat, vindt steun in de feiten noch in de wet. De Rechtbank overweegt dat de managementvergoeding en de stamrechtuitkering afkomstig zijn uit twee verschillende BV’s. Rechten en plichten van verschillende rechtspersonen kunnen niet willekeurig worden uitgewisseld. Bovendien is sprake van betalingen die zijn gebaseerd op verschillende rechtsgronden: de managementvergoeding wordt betaald naar aanleiding van jegens de Holding-BV verrichte arbeid, terwijl de stamrechtuitkering voortkomt uit de stamrechtovereenkomst met Stamrecht-BV.

Ook hier luidt het motto “regeren is vooruitzien”. Als de dga in 2017 had voorzien dat de stamrechtuitkering tot uitkering kwam, was er wellicht ruimte geweest om de vergoeding voor de arbeid jegens Holding-BV lager vast te stellen. Daarbij past wel de kanttekening dat die vergoeding moet voldoen aan de gebruikelijk loonregeling. Achteraf een reeds uitgekeerde vergoeding verlagen is in het algemeen kansloos.

Andere artikelen