Pro rata BTW niet op basis van werkelijk gebruik

Gepubliceerd op: 18 juli 2025

Een verhuurder van selfstorageboxen wil afwijken van de hoofdregel voor het bepalen van de pro rata in de BTW. Hof Amsterdam beslist dat de verhuurder niet voldoende heeft aangetoond dat het werkelijk gebruik afwijkt van de verdeelsleutel op basis van de omzetverhoudingen. De Hoge Raad oordeelt dat de in cassatie tegen de hofuitspraak aangevoerde klachten geen vragen oproepen waarover in cassatie hoeft te worden geoordeeld.

Pro rata BTW

De BTW die een ondernemer betaalt op ingekochte goederen en diensten is aftrekbaar indien en voor zover deze goederen en diensten worden gebruikt voor door de ondernemer verrichte met BTW belaste prestaties. Niet met BTW belaste prestaties kunnen zijn van BTW vrijgestelde prestaties, maar ook niet-economische prestaties. Bij de verhuurder in de voorliggende casus gaat het enerzijds om met BTW belaste verhuur aan ondernemers die voor 90% of meer belaste prestaties verrichten en anderzijds om van BTW vrijgestelde verhuur aan particuliere huurders.

De toerekeningregels luiden als volgt:

  • BTW op goederen en diensten die uitsluitend voor belaste prestaties worden gebruikt, is volledig aftrekbaar;
  • BTW op goederen en diensten die uitsluitend voor niet-belaste prestaties worden gebruikt, is geheel niet aftrekbaar;
  • de BTW op de overige (de algemene) kosten is aftrekbaar met toepassing van de pro rataregeling.

Op grond van de pro rataregeling is de BTW aftrekbaar in de volgende verhouding: met BTW belaste omzet / totale omzet.

Uitzondering

Dit is de hoofdregel. De pro rataregeling mag ook worden toegepast op basis van het werkelijk gebruik van de ingekochte goederen en diensten. Wanneer de ondernemer dit stelt, moet hij die stelling onderbouwen. Zou de Belastingdienst deze stelling innemen, dan moet de Belastingdienst dit onderbouwen.

Onderbouwd moet worden dat het werkelijk gebruik van de ingekochte goederen en diensten, als geheel genomen voor alle algemene kosten, niet overeenkomt met de vooraftrek op basis van de omzetverhouding. Het Hof oordeelt dat de verhuurder daar niet in is geslaagd.

De verhuurder wil de pro rataregeling aanvankelijk berekenen op basis van de verhuurde vierkante meters vloeroppervlak. De verhuurder stelt dat de inrichting van de panden met name is gericht op zakelijke huurders, wat hogere kosten met zich meebrengt. Zakelijke huurders zouden vaker langs komen en de inrichting en faciliteiten van het gebouw zijn op de zakelijke huurder toegesneden (er is onder andere een drive through gerealiseerd). Faciliteiten als spreekkamers worden vaker door zakelijke huurders gebruikt. De Rechtbank oordeelt dat de verhuurder niet aannemelijk heeft gemaakt dat een berekening op grond van vierkante meters een getrouwer beeld geeft van het gebruik van haar algemene kosten.

Voor het Hof stelt de BV dat de pro rataregeling moet worden berekend op basis van de data uit het toegangscontrolesysteem. Het Hof oordeelt dat ook daarmee het werkelijk gebruik van de algemene kosten niet voldoende objectief en nauwkeurig is vast te stellen.

Lastig

Deze uitspraken bevestigen maar weer dat het in de praktijk uitermate lastig (wellicht zelfs bijna onmogelijk) is om voor de berekening van de pro rataregeling in de BTW een andere maatstaf te hanteren dan de omzetverhouding.

Andere artikelen