13-07-2020

Prijs van € 1,- is niet symbolisch

Een stichting levert tweedehands goederen voor € 1,-. De opbrengst wordt gebruikt voor de financiering van onderwijs van kinderen van asielzoekers en vluchtelingen. De Rechtbank Gelderland oordeelt dat de stichting over haar omzet BTW moet afdragen.

ANBI

De stichting kwalificeert sinds 1 januari 2017 als Algemeen Nut Beogende Instelling (ANBI). Zij ontvangt van donateurs (gratis) gebruikte goederen. Het gaat om boeken, kleding, cd’s en dergelijke goederen. Zij verkoopt deze spullen in haar eurowinkel (uit een voetnoot blijkt dat het gaat om de Stichting Vluchtelingkinderen). Een beperkt aantal boeken en kledingstukken wordt als “restant” voor € 0,50 verkocht. Incidenteel worden goederen voor een hoger bedrag (€ 5,-) verkocht.

De Belastingdienst is van mening dat de stichting over haar omzet BTW moet afdragen. Over het tweede kwartaal 2017 heft de Belastingdienst daarom na. De aanslag omvat € 100 aan BTW en € 3 aan belastingrente.

Bezwarende titel

In de BTW is sprake van een belaste handeling wanneer sprake is van een prestatie (levering of dienst) waartegenover een vergoeding wordt ontvangen. Ofwel: er moet sprake zijn van een bezwarende titel. Daarvan is in deze zaak sprake. De vergoeding van € 1,- staat tegenover de levering van de tweedehands goederen.

Symbolisch

Daarom stelt de stichting dat de vergoeding (niet meer dan) symbolisch is. In dat geval is voor de BTW namelijk geen sprake van een bezwarende titel. De Rechtbank is echter van mening dat de vergoeding van € 1,- de werkelijke tegenwaarde is voor de geleverde goederen. De hoogte van de vergoeding wordt volledig door de stichting bepaald. En de verkoop is bedoeld om er een opbrengst mee te genereren. Deze opbrengst wordt vervolgens aangewend om het doel van de stichting te realiseren.

De Rechtbank overweegt ook dat de verkoop van tweedehands goederen aan armere mensen een bijkomende doelstelling is van de verkopen. In wezen komen vraag en aanbod bij elkaar. De stichting biedt tweedehands goederen aan voor een prijs die past bij haar doelgroep. Daarmee heeft de vergoeding maatschappelijke betekenis.

Bewijs

De stichting heeft gesteld dat een prijs van € 1,- in de volksmond als symbolisch wordt gezien. Voor zover de bedoeling is om te stellen dat € 1,- per definitie symbolisch is, gaat de Rechtbank daar niet in mee. In de handel in onroerende zaken wordt € 1,- als een symbolische prijs gezien, maar dat is dan gerelateerd aan de veel hogere economische waarde van onroerend goed.

De stichting heeft ook niet aannemelijk gemaakt dat vergoedingen voor soortgelijke prestaties in het maatschappelijk verkeer beduidend hoger zijn. Een beperkt aantal voorbeelden van 4 of 5 keer hogere prijzen in kringloopwinkels is niet voldoende om een vergoeding van € 1,- voor tweedehands kleding in zijn algemeenheid als symbolisch te kunnen beschouwen.