Selecteer een pagina

Oprenten oudedagsverplichting: het kan simpeler

Twee nieuwe woorden voor scrable, of zo je wilt wordfeud, levert de uitleg over de oprenting van de oudedagsverplichting op. Het lijken ook nog eens vrolijke momenten: de omzettingsverjaardag en de uitkeringsverjaardag.

Oudedagsverplichting (ODV)

Per 1 april 2017 mag het pensioen van een directeur-grootaandeelhouder (dga) niet meer in eigen beheer worden aangehouden. De dga heeft de keuze uit drie opties. Hij of zij kan het pensioen:

  • premievrij in eigen beheer voortzetten;
  • afkopen (met in 2017 een korting van 34,5% op de fiscale waarde per 31 december 2015);
  • omzetten in een oudedagsverplichting (ODV).

De ODV is vooral bedoeld voor de dga’s, die niet beschikken over de cash om de bij afkoop van het pensioen verschuldigde loonbelasting te betalen. Maar ook dga’s die het met het oog op de belastingtarieven goed uitkomt om het pensioen periodiek te ontvangen, mogen uiteraard kiezen voor de ODV. Groot voordeel van de ODV ten opzichte van het premievrij in eigen beheer voortzetten van het pensioen is dat, voordat het pensioen wordt omgezet in de ODV, de aanspraak belastingvrij wordt afgestempeld naar de fiscale waarde.

De ODV is een verplichting op de balans van de BV. Deze verplichting start met de fiscale waarde van de pensioenaanspraak op het moment van de omzetting naar de ODV. Deze verplichting wordt niet meer actuarieel gewaardeerd, maar jaarlijks opgerent. In de uitkeringsfase wordt de verplichting vanzelfsprekend verminderd met de uitkeringen.

Oprenten

Het percentage waarmee de ODV wordt opgerent, vinden we in de Uitvoeringsregeling Loonbelasting. Het wordt afgeleid uit het zogeheten U-rendement. In 2017 moet de ODV worden opgerent met 0,059%. Wie dacht dat simpelweg aan het eind van elk boekjaar de rente kan worden bijgeplust, heeft het mis. Het Centraal Aanspreekpunt Pensioen (CAP) heeft een best lijvig besluit nodig om de regels voor de oprenting uit te leggen.

Het CAP onderscheidt daarbij 3 fasen:

  1. uitstelfase;
  2. jaar waarin de ODV voor het eerst tot uitkering komt;
  3. uitkeringsfase.

In de uitstelfase is er een keuze tussen oprenten op de oprentingsverjaardag of op de balansdatum. Bij oprenten op de oprentingsverjaardag moet een tijdsevenredig mengpercentage worden gehanteerd.

In het jaar van de eerste uitkering wordt opgerent tot de uitkeringsdatum. Die datum is dan de uitkeringsverjaardag.

De uitkeringsverjaardag is vervolgens het moment waarop in de uitkeringsfase de rente bij de ODV moet worden geplust. Uiteraard moet ook dan jaarlijks een mengpercentage worden bepaald.

Loonbelasting

Het CAP sluit af met de melding dat deze regels gelden voor de loonbelasting. Levert een rekenfoutje bij de oprenting dan de sanctie op van (fictieve) afkoop van de hele ODV? Dat extreme standpunt zou het CAP zomaar in kunnen nemen.

Het CAP meldt aan het eind van het besluit dat voor de vennootschapsbelasting toch echt met een transitorische post moet worden gewerkt.

Wat was de slogan van de Belastingdienst ook al weer? Leuker kunnen we het niet maken …. In dit geval zeker wel gemakkelijker!

 

Andere artikelen