Opladen elektrische auto van de zaak

Gepubliceerd op: 4 mei 2023

Hoe hoog is de vergoeding die de werkgever onbelast mag geven aan de werknemer voor het opladen bij de woning van de werknemer van de aan de werknemer ter beschikking gestelde elektrische auto?

Die vraag wordt beantwoord in een recent gepubliceerd standpunt van een kennisgroep van de Belastingdienst. Daarbij wordt ook ingegaan op de wijze waarop moet worden omgegaan met elektriciteit die de werknemer opwekt met zonnepanelen.

Keuze

De werkgever heeft de volgende keuze:

  • een onbelaste vergoeding voor de werkelijk uitgaven van de werknemer (intermediaire kosten) of;
  • een zakelijke transactie.

Intermediaire kosten

De werkgever mag de werknemer de integrale kostprijs vergoeden van de voor het laden van de auto gebruikte elektriciteit. De integrale kostprijs is de som van de variabele en vaste koste gedeeld door de door de werknemer verbruikte kWh. Daartoe hoort ook een evenredig deel van de afschrijving op de zonnepanelen en eventuele andere kosten van de zonnepanelen. Het prijsplafond voor energie kan de integrale kostprijs verlagen.

Zakelijke transactie

Een zakelijke transactie houdt in dat werkgever en werknemer afspraken maken over de doorlevering van de elektriciteit onder zakelijke voorwaarden. Ook de energie uit de zonnepanelen kan door de werknemer worden doorgeleverd. Deze zakelijke transactie vindt dan plaats buiten de loonsfeer.

Uit het standpunt van de kennisgroep blijkt niet heel duidelijk wat onder “zakelijke voorwaarden” wordt verstaan. Het standpunt vermeldt wel dat geen sprake is van een zakelijk transactie wanneer de vergoeding van de werkgever wordt gebaseerd op een gemiddelde prijs vastgesteld door het CBS. In het standpunt inzake Vergoeding laden auto van de zaak wordt dit nader uitgewerkt en onderbouwd. In dit standpunt wordt aangegeven dat een vaste vergoeding voor de laadkosten van de werknemer in beginsel wel mogelijk is, maar moet worden onderbouwd met een onderzoek naar de werkelijke kosten van alle werknemers. Daarvan wordt echter gelijk vastgesteld dat dit onhaalbare kaart lijkt, aangezien wat betreft de kosten van elektriciteit geen sprake is van een homogene groep.

BTW

In beginsel moet de werknemer BTW afdragen over de aan de werknemer (door)geleverde elektriciteit. Zo lang de totale vergoeding op jaarbasis niet meer bedraagt dan de registratiedrempel (€ 1.800) kan de vrijstelling van de kleine ondernemersregeling (KOR) worden toegepast. Bij overschrijding van de registratiedrempel moet vooraf een beroep op deze vrijstelling worden gedaan. De drempel van de KOR (€ 20.000) zal met alleen het laden van één elektrische auto niet worden overschreden. Voor zowel de registratie- als de KOR-drempel geldt dat de omzet met alle ondernemersactiviteiten meetelt.

Hogere vergoeding

Uiteraard moeten werkgever onbelast aan de werknemer gegeven vergoedingen kunnen onderbouwen. De input daarvoor zal van de werknemer moeten komen. Wanneer de Belastingdienst van mening is dat sprake is van een hogere vergoeding dan zakelijk of dan de (integrale) intermediaire kosten, moet de Belastingdienst dit aannemelijk maken. In dat geval is het bovenmatige deel uiteraard belast met loonbelasting. Tenzij het in belangrijke mate ongebruikelijk is, kan dit deel worden ondergebracht in de vrije ruimte van de werkkostenregeling.

Privéauto

Er is ook nog een kennisgroepstandpunt over het gratis opladen van de elektrische (of hybride) privéauto aan de laadpaal bij de werkplek. Dat is een voordeel uit de dienstbetrekking, dat niet op nihil mag worden gewaardeerd. De voor de privéauto geladen elektriciteit telt mee voor de maximaal onbelaste reiskostenvergoeding van € 0,21 (tot en met 2022 € 0,19).

Wanneer op het werk de elektrische fiets of mobiele telefoon van de werknemer gratis wordt opgeladen, mag dit loon wel op nihil worden gewaardeerd.

Andere artikelen

Wat is woon-werkverkeer?

Hof Den Haag heeft zich uitgelaten over de vraag wat in het kader van de loonbelasting moet worden verstaan onder woon-werkverkeer.