Onterecht niet-verlegde BTW is niet-aftrekbaar

Gepubliceerd op: 27 maart 2024

Een ondernemer die keurig de aan hem in rekening gebracht BTW betaalt, mag die niet aftrekken omdat deze BTW had moeten worden verlegd.

Gang van zaken

De zaak speelt voor het Gerechtshof Amsterdam en betreft een VOF die een hotel exploiteert. Voor de schoonmaak van het hotel leent de VOF personeel in van een BV (waarvan een deel van de aandelen in het bezit is van de vennoten van de VOF). De BV zet BTW op de factuur. Deze BTW wordt door de VOF aan de BV betaald en in de BTW-aangiften van de VOF afgetrokken. De BV draagt de BTW niet af aan de Belastingdienst en gaat na enige tijd failliet.

BTW niet-aftrekbaar

Het Hof bevestigt zonder veel motivering het standpunt van de Belastingdienst, die de aftrek van de BTW door de VOF weigert. Uit Europese rechtspraak blijkt namelijk dat BTW, die op grond van de geldende regelgeving had moeten worden verlegd, niet mag worden afgetrokken. De VOF moet alle op basis van de facturen van de BV afgetrokken BTW terugbetalen aan de Belastingdienst.

De essentie van het probleem zit er overigens in dat de BV failleert, waardoor de Belastingdienst naar haar BTW-centen kan fluiten. Wanneer de presterende ondernemer (in deze zaak: de BV) de ten onrechte niet verlegde BTW keurig aan de Belastingdienst afdraagt, mag de Belastingdienst de aftrek niet weigeren. Ook wanneer de Belastingdienst de BTW nog op de BV kan verhalen, mag de Belastingdienst de aftrek bij de VOF niet weigeren, maar moet de BTW naheffen bij de BV. Dat blijkt uit onderdeel 3.5.2 het besluit inzake Administratieve-, facturerings- en andere verplichtingen.

Andere artikelen

Let op met afhaaltransacties

Wanneer ondernemers goederen intracommunautair leveren, mogen ze voor de BTW het 0%-tarief toepassen. Maar daarvoor geldt wel een zware bewijslast.