16-10-2020

Noodloketten (update 16 oktober 2020)

Deze factsheet is ook beschikbaar in pdf-format.

 

 

 

In het kader van de bestrijding van de financiële gevolgen van de coronacrisis zijn er voor ondernemers, die het hardst door de crisis werden geraakt, noodloketten geopend. Bij deze noodloketen kunnen ondernemers een bijdrage in hun vaste lasten vragen.

TOGS en TVL

Het gaat om de volgende regelingen.

  • Tegemoetkoming ondernemers getroffen sectoren (TOGS), met als subsidieperiode: 16 maart 2020 tot en met 15 juni 2020.

Deze regeling kon tot en met 26 juni 2020 worden aangevraagd en wordt in deze factsheet verder niet uitgewerkt.

  • Tegemoetkoming Vaste Lasten (TVL), met 4 subsidieperioden:
  1. juni, juli, augustus en september 2020 (hierna: TVL-1).

Deze regeling kan tot en met 30 oktober 2020, 17:00 uur worden aangevraagd. Deze regeling wordt in deze notitie nader uitgewerkt.

  1. oktober, november en december 2020;
  2. januari, februari en maart 2021;
  3. april, mei en juni 2021.

De regelingen 2, 3 en 4 worden hierna samen aangeduid als TVL-2. De aanvraag voor de eerste periode kan vermoedelijk in de loop van november worden ingediend. De formele vastlegging van deze regelingen is nog niet beschikbaar.

Aanvraag

De regelingen moeten voor elke afzonderlijke periode afzonderlijk worden aangevraagd. Voor de aanvraag moet de ondernemer beschikken over e-herkenning niveau 1. Aanvraag is ook mogelijk met DigiD, maar dan moet dit de DigiD zijn van degene die bij de Kamer van Koophandel staat geregistreerd als eigenaar of bestuurder van de onderneming waarvoor de aanvraag wordt gedaan.

Aanvraagperiode

De aanvragen voor TVL-1 kunnen bij de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (rvo.nl) worden ingediend tot en met 30 oktober 2020 (17:00 uur). Ondernemers die eerder TOGS hebben aangevraagd, moeten opnieuw een aanvraag doen voor TVL.

Aan de regeling is geen subsidieplafond verbonden.

Op basis van de aanvraag wordt een voorschot uitbetaald van 80% van het verwachte subsidiebedrag. Vóór 1 april 2021 moet de ondernemer verzoeken om vaststelling van de subsidie (TVL-1). Dat kan leiden tot een extra te ontvangen bedrag of tot terugbetaling van (een deel van) het voorschot.

Hoogte subsidie

De subsidie bedraagt maximaal € 50.000 voor TVL-1 en maximaal € 90.000 voor TVL-2, maar zal voor veel ondernemers lager uitpakken.

De hoogte van de subsidie wordt namelijk bepaald met de volgende formule:

A x B x C x 0,5

 

A = de omzet in de referentieperiode in euro’s.

B = het omzetverlies in hele procenten.

C = de ratio tussen de vaste kosten en de omzet van een gemiddeld bedrijf (deze factor wordt voor elke SBI-code weergegeven in een bijlage bij de regeling).

Wanneer de uitkomst minder bedraagt dan € 1.000 of wanneer de onderneming na 29 februari 2020 voor het eerst is ingeschreven in het handelsregister wordt de subsidie vastgesteld op € 1.000.

Voorwaarden

De subsidie wordt verstrekt aan MKB-ondernemingen:

  • waarvan het omzetverlies 30% of meer bedraagt (na de derde periode wordt deze grens verhoogd);
  • waarvan de uitkomst van: de omzet in de referentieperiode vermenigvuldigd met factor C (zie hiervoor) tenminste €000 (TVL-1), cq. € 3.000 (TVL-2, per 3 maanden) bedraagt;
  • die op 15 maart 2020 in het handelsregister stonden ingeschreven;
  • waarvan de hoofd- of nevenactiviteit is ingeschreven in het handelsregister met een aangewezen SBI-code;
  • waarvan tenminste één vestiging een ander adres heeft dan het privéadres van de eigenaar of fysiek is afgescheiden van de privéwoning van de eigenaar (voor horecabedrijven geldt dit niet maar moet de ondernemer tenminste één horecagelegenheid huren, pachten of in eigendom hebben).

Omzetverlies

Het omzetverlies wordt bepaald met de volgende formule (waarbij de uitkomst wordt uitgedrukt in hele procenten):

(omzet referentieperiode – omzet subsidieperiode)/omzet referentieperiode

 

Omzet referentieperiode =

(omzet 2e kalenderkwartaal 2019 /3) + omzet 3e kalenderkwartaal 2019.

Omzet subsidieperiode =

(omzet 2e kalenderkwartaal 2020/3) + omzet 3e kalenderkwartaal 2020.

 

Subsidies, tegemoetkomingen of andere steun van de overheid in verband met de betrijding van de coronacrisis tellen niet mee als omzet (bijvoorbeeld de NOW-subsidie).

Deze tegemoetkomingen tellen wel mee voor de bepaling of het totaal van de subsidies de maximumbedragen voor te verkrijgen staatssteun overschrijden.

Bewijs omzetverlies

Als de aanvragende onderneming BTW afdraagt over haar gehele omzet en daarvan aangifte doet per maand of kwartaal wordt het bewijs geleverd aan de hand van kopieën van de BTW-aangiften.

Andere ondernemingen leveren het bewijs met informatie uit hun administratie.

Exploiteert de aanvrager een dorpshuis, gemeenschapshuis of wijkcentrum met horeca-activiteiten, dan telt alleen het omzetverlies dat betrekking heeft op de horeca en de zalenverhuur.

Vervaardigende ondernemingen met een retailwinkel mogen alleen het omzetverlies in de retailwinkel in aanmerking nemen.

Ondernemers die de subsidie aanvragen voor een nevenactiviteit mogen uitsluitend de omzet in die nevenactiviteit in aanmerking nemen.

De regeling voorziet er in dat de Belastingdienst aan RVO informatie aanlevert waarmee de door ondernemers aangereikte gegevens worden gecontroleerd (bijvoorbeeld in de vorm van BTW-aangiften).

Vaste lasten

De subsidie is bedoeld ter dekking van de vaste lasten van de onderneming. De omvang van de vaste lasten zijn per SBI-code bepaald op basis van een “gemiddelde onderneming”. Dat is geschied op het niveau van de 2-cijerige SBI-code (verdere detaillering is niet mogelijk).

Het subsidiebedrag heeft daarmee geen relatie met het bedrag aan vaste lasten dat de onderneming daadwerkelijk betaalt in de subsidieperiode. Ondernemers hoeven het daadwerkelijke bedrag van hun vaste lasten dan ook niet aannemelijk te maken.

De factor 0,5, zoals die onderdeel is van de formule ter berekening van de subsidie, houdt in dat de regeling is bedoeld om maximaal de helft van de vaste lasten van de onderneming te dekken.

Verplichtingen

Op de ontvanger van de subsidie rusten de volgende verplichtingen:

  • het voeren van een zodanige administratie dat daaruit te allen tijde op eenvoudige en duidelijke wijze is af te leiden dat aan de subsidievoorwaarden wordt voldaan;
  • deze administratie wordt tot 10 jaar na de datum van de beschikking tot subsidievaststelling bewaard (wat aanzienlijk langer is dan de reguliere bewaartermijn van 7 jaren);
  • gedurende 5 jaren meewerken aan een evaluatie van de doeltreffendheid en de effecten van de verleende subsidie;
  • als de onderneming mede actief is in de verwerking en afzet van landbouwproducten, geeft de onderneming de subsidie niet door aan primaire producenten.

 

 

 

 

 

Deze notitie is bedoeld om een regeling in grote lijnen uiteen te zetten. Met het oog op de leesbaarheid zijn zaken daarom vereenvoudigd weergegeven. VWG is daarom niet aansprakelijk voor de gevolgen van handelingen die naar aanleiding van deze notitie wel of niet zijn uitgevoerd.