29-06-2020

Noodloket 2.0 (open vanaf 30 juni 2020; 12:00 uur)

Deze factsheet is ook beschikbaar in pdf-format.

 

In het kader van de bestrijding van de financiële gevolgen van de coronacrisis konden ondernemers, die het hardst door de crisis werden geraakt, een bijdrage in hun vaste lasten van € 4.000 aanvragen. Deze regeling is ook wel bekend als het noodloket en als de TOGS.

De opvolger van deze regeling wordt op 30 juni 2020 opengesteld onder de naam: Regeling subsidie financiering vaste lasten MKB COVID-19 (eerder aangeduid als TVL).

Aanvraagperiode

De aanvragen voor dit Noodloket 2.0 kunnen bij de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (rvo.nl) worden ingediend van 30 juni 2020 tot en met 30 oktober 2020.

Aan de regeling is geen subsidieplafond verbonden. Ondernemers kunnen hun aanvraag daardoor desgewenst zonder het gevaar van een lege “pot” uitstellen tot tegen 30 oktober 2020.

Op basis van de aanvraag wordt een voorschot uitbetaald van 80% van het verwachte subsidiebedrag. Vóór 1 april 2021 moet de ondernemer verzoeken om vaststelling van de subsidie. Dat kan leiden tot een extra te ontvangen bedrag of tot terugbetaling van (een deel van) het voorschot.

Hoogte subsidie

De subsidie bedraagt maximaal € 50.000, maar zal voor veel ondernemers lager uitpakken.

De hoogte van de subsidie wordt namelijk bepaald met de volgende formule:

A x B x C x 0,5

 

A = de omzet in de referentieperiode in euro’s.

B = het omzetverlies in hele procenten.

C = de ratio tussen de vaste kosten en de omzet van een gemiddeld bedrijf (deze factor wordt voor elke SBI-code weergegeven in een bijlage bij de regeling).

Wanneer de uitkomst minder bedraagt dan € 1.000 of wanneer de onderneming na 29 februari 2020 voor het eerst is ingeschreven in het handelsregister wordt de subsidie vastgesteld op € 1.000.

Voorwaarden

De subsidie wordt verstrekt aan MKB-ondernemingen:

  • waarvan het omzetverlies 30% of meer bedraagt;
  • waarvan de uitkomst van: de omzet in de referentieperiode vermenigvuldigd met factor C (zie hiervoor) tenminste € 4.000 bedraagt;
  • die op 15 maart 2020 in het handelsregister stonden ingeschreven;
  • waarvan de hoofd- of nevenactiviteit is ingeschreven in het handelsregister met een aangewezen SBI-code;
  • waarvan tenminste één vestiging een ander adres heeft dan het privéadres van de eigenaar of fysiek is afgescheiden van de privéwoning van de eigenaar (voor horecabedrijven geldt dit niet maar moet de ondernemer tenminste één horecagelegenheid huren, pachten of in eigendom hebben).

Omzetverlies

Het omzetverlies wordt bepaald met de volgende formule (waarbij de uitkomst wordt uitgedrukt in hele procenten):

(omzet referentieperiode – omzet subsidieperiode)/omzet referentieperiode

 

Omzet referentieperiode =

(omzet 2e kalenderkwartaal 2019 /3) + omzet 3e kalenderkwartaal 2019.

Omzet subsidieperiode =

(omzet 2e kalenderkwartaal 2020/3) + omzet 3e kalenderkwartaal 2020.

Subsidies, tegemoetkomingen of andere steun van de overheid in verband met de betrijding van de coronacrisis tellen niet mee als omzet (bijvoorbeeld de NOW-subsidie).

Deze tegemoetkomingen tellen wel mee voor de bepaling of het totaal van de subsidies de maximumbedragen voor te verkrijgen staatssteun overschrijden.

Bewijs omzetverlies

Als de aanvragende onderneming BTW afdraagt over haar gehele omzet en daarvan aangifte doet per maand of kwartaal wordt het bewijs geleverd aan de hand van kopieën van de BTW-aangiften.

Andere ondernemingen leveren het bewijs met informatie uit hun administratie.

Exploiteert de aanvrager een dorpshuis, gemeenschapshuis of wijkcentrum met horeca-activiteiten, dan telt alleen het omzetverlies dat betrekking heeft op de horeca en de zalenverhuur.

Vervaardigende ondernemingen met een retailwinkel mogen alleen het omzetverlies in de retailwinkel in aanmerking nemen.

Ondernemers die de subsidie aanvragen voor een nevenactiviteit mogen uitsluitend de omzet in die nevenactiviteit in aanmerking nemen.

De regeling voorziet er in dat de Belastingdienst aan RVO informatie aanlevert waarmee de door ondernemers aangereikte gegevens worden gecontroleerd (bijvoorbeeld in de vorm van BTW-aangiften).

Vaste lasten

De subsidie is bedoeld ter dekking van de vaste lasten van de onderneming. De omvang van de vaste lasten zijn per SBI-code bepaald op basis van een “gemiddelde onderneming”. Dat is geschied op het niveau van de 2-cijerige SBI-code (verdere detaillering is niet mogelijk).

Het subsidiebedrag heeft daarmee geen relatie met het bedrag aan vaste laten dat de onderneming betaalt in de subsidieperiode. Ondernemers hoeven het daadwerkelijke bedrag van hun vaste lasten dan ook niet aannemelijk te maken.

De factor 0,5, zoals die onderdeel is van de formule ter berekening van de subsidie, houdt in dat de regeling bedoelt om maximaal de helft van de vaste lasten van de onderneming te dekken.

Verplichtingen

Op de ontvanger van de subsidie rusten de volgende verplichtingen:

  • het voeren van een zodanige administratie dat daaruit te allen tijde op eenvoudige en duidelijke wijze is af te leiden dat aan de subsidievoorwaarden wordt voldaan;
  • deze administratie wordt tot 10 jaar na de datum van de beschikking tot subsidievaststelling bewaard (wat aanzienlijk langer is dan de reguliere bewaartermijn van 7 jaren);
  • gedurende 5 jaren meewerken aan een evaluatie van de doeltreffendheid en de effecten van de verleende subsidie;
  • als de onderneming mede actief is in de verwerking en afzet van landbouwproducten, geeft de onderneming de subsidie niet door aan primaire producenten.

 

Deze notitie is bedoeld om een regeling in grote lijnen uiteen te zetten. Met het oog op de leesbaarheid zijn zaken daarom vereenvoudigd weergegeven. VWG is daarom niet aansprakelijk voor de gevolgen van handelingen die naar aanleiding van deze notitie wel of niet zijn uitgevoerd.