16-02-2021

Noodloketten (update 25 februari 2021)

Deze factsheet is ook beschikbaar in pdf-format.

Zie ook ons artikel Eerste procedures over TOGS en TVL uitgesproken

 

In het kader van de bestrijding van de financiële gevolgen van de coronacrisis zijn er voor ondernemers noodloketten geopend. Bij deze noodloketten kunnen ondernemers van de overheid een bijdrage in hun vaste lasten vragen.

TOGS en TVL

Het gaat om de volgende regelingen.

  • Tegemoetkoming ondernemers getroffen sectoren (TOGS), met als subsidieperiode: 16 maart 2020 tot en met 15 juni 2020.

Deze regeling kon tot en met 26 juni 2020 worden aangevraagd en wordt in deze factsheet verder niet uitgewerkt.

  • Tegemoetkoming Vaste Lasten (TVL), met 4 subsidieperioden:
  1. juni, juli, augustus en september 2020 (TVL-1).
  2. oktober, november en december 2020 (TVL-2);
  3. januari, februari en maart 2021 (TVL-3);
  4. april, mei en juni 2021 (TVL-4).

Van TVL-4 is de formele tekst nog niet beschikbaar. In de actuele formele tekst van TVL-3 zijn nog niet alle aangekondigde aanpassingen verwerkt.

Aanvraag

De regelingen moeten voor elke afzonderlijke periode afzonderlijk worden aangevraagd. Voor de aanvraag moet de ondernemer beschikken over e-herkenning niveau 1 (of hoger). Aanvraag is ook mogelijk met DigiD, maar dan moet dit de DigiD zijn van degene die bij de Kamer van Koophandel staat geregistreerd als eigenaar of bestuurder van de onderneming waarvoor de aanvraag wordt gedaan.

Aanvraagperiode

De aanvragen voor TVL moeten worden gedaan bij de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (rvo.nl):

  • TVL-1 en TVL-2: gesloten
  • TVL-3: van 15 februari 2021 (12:00 uur) tot en met 30 april 2021 (17:00 uur).

Voorschot

Op basis van de aanvraag wordt een voorschot uitbetaald van 80% van het verwachte subsidiebedrag.

Vaststelling subsidie

De aanvrager moet verzoeken om vaststelling van de subsidie. Die aanvraag moet zijn gedaan:

  • TVL-1: vóór 1 april 2021;
  • TVL-2: vóór 1 juli 2021;
  • TVL-3: vóór 1 oktober 2021.

Vervolgens wordt de subsidie vastgesteld binnen 16 weken na de aanvraag. Deze vaststelling van de subsidie kan leiden tot een extra te ontvangen bedrag of tot een terugbetaling.

Maximale subsidie

De subsidie bedraagt (zonder rekening te houden met de opslag voor eet-en drinkgelegenheden en de voorraadopslag voor de gesloten detailhandel) maximaal:

  • TVL-1: € 000;
  • TVL-2: € 90.000;
  • TVL-3: € 550.000, voor niet MKB bedrijven: € 600.000;
  • TVL-4: € 550.000, voor niet MKB bedrijven: € 600.000

Een aanvraag voor TVL wordt geweigerd voor zover[1] het totaal van de door een onderneming ontvangen steun, na toepassing van TVL, meer bedraagt dan:

  • € 1.800.000;
  • visserij en aquacultuurondernemingen: € 270.000;
  • landbouwondernemingen: € 225.000.

De verhogingen voor TVL-3 en TVL-4 (al verwerkt in de hiervoor genoemde bedragen) moeten nog worden goedgekeurd door de Europese Commissie. Naar verwachting worden deze wijzigingen medio maart doorgevoerd.

Hoogte subsidie

De hoogte van de subsidie wordt bepaald met de volgende formule:

A x B x C x D

 

A = de omzet in de referentieperiode in euro’s.

B = het omzetverlies in hele procenten.

C = de ratio tussen de vaste kosten en de omzet van een gemiddeld bedrijf (deze factor wordt voor elke SBI-code weergegeven in een bijlage bij de regeling).

D = subsidiepercentage (zie hierna)

Subsidiepercentage

Het subsidiepercentage bedraagt:

TVL-1:                            50%

TVL 3 en TVL-4:          85%

TVL-2: volgens de volgende tabel:

Omzetverlies Subsidie% Omzetverlies   Subsidie%
30% 50% 70% 61,43%
35% 51,43% 75% 62,86%
40% 52,86% 80% 64,29%
45% 54,29% 85% 65,71%
50% 55,72% 90% 67,19%
55% 57,14% 95% 68,57%
60% 58,57% 100% 70%
65% 60%

Minimaal bedrag subsidie

Wanneer de uitkomst van de formule minder bedraagt dan:

  • TVL-1: € 1.000
  • TVL-2: € 750;
  • TVL-3: € 750;
  • TVL-4: nog niet bekend;

of wanneer de onderneming na 29 februari 2020 voor het eerst is ingeschreven in het handelsregister;

wordt de subsidie vastgesteld op € 1.000, respectievelijk € 750.

LET OP: de ondernemer moet wel voldoen aan alle aan TVL gestelde voorwaarden (waaronder een omzetverlies van 30% of meer).

Eenmalige opslag eet- en drinkgelegenheden

In TVL-2 is een eenmalige opslag voor ondernemingen met een eet- of drinkgelegenheid geregeld. Deze opslag dekt de kosten voor de bederfelijke voorraad waarmee deze ondernemingen zijn blijven zitten, alsmede de kosten die zijn gemaakt om tijdens de winter met inachtneming van de gedragsregels omzet te kunnen maken.

Deze opslag geldt voor ondernemingen met de SBI-codes: 56.10.1, 56.10.2, 56.29 en 56.30. De opslag hoeft niet apart te worden aangevraagd, maar wordt door RVO ambtshalve toegevoegd aan de subsidie uit TVL-2. Ondernemers die de TVL-2 niet aanvragen, krijgen de opslag niet.

De opslag wordt als volgt berekend:

A * B * 5,6% * D

A = de omzet in de referentieperiode in euro’s.

B = het omzetverlies in hele procenten.

D = subsidiepercentage.

 

De opslag bedraagt maximaal:

  • Indien de onderneming op of na 29 februari 2020 is gestart: € 101;
  • voor overige ondernemers: € 20.160 (dit maximum komt bovenop het maximum van TVL-2 van € 90.000).

Opslag Voorraad Gesloten Detailhandel

Ondernemers in de door de lock down gesloten detailhandel krijgen eenzelfde opslag voor het verlies in verband met hun voorraad.

Deze opslag wordt toegekend aan ondernemers met SBI-code 47 (detailhandel), maar uiteraard alleen de subnummers die als gevolg van de lockdown zijn gesloten.

De opslag hoeft niet apart te worden aangevraagd, maar wordt door RVO ambtshalve toegevoegd aan de subsidie uit TVL-2 en TVL-3. Ondernemers die de TVL-2 en/of TVL-3 niet aanvragen, krijgen de opslag niet.

Deze opslag bedraagt:

A * B * 5,6% * D

De opslag bedraagt maximaal (bovenop de hiergenoemde maximale subsidiebedragen):

  • TVL-2: € 20.160;
  • TVL-3: € 300.000 (de verhoging moet nog door de Europese Commissie worden goedgekeurd).

 

A = de omzet in de referentieperiode in euro’s.

B = het omzetverlies in hele procenten.

D = subsidiepercentage.

Evenementenmodule

Aan TVL-2 wordt een module toegevoegd voor ondernemers die voldoen aan een aantal voorwaarden. De onderneming moet:

  • in het evenementenseizoen 2019 50% (of meer) van zijn prestaties hebben geleverd ten behoeve van een in dat seizoen gehouden evenement;
  • voor de maanden juni tot en met september 2020 TVL-subsidie hebben ontvangen;
  • maar niet voor TVL-subsidie in aanmerking komen voor de maanden oktober tot en met december 2020;
  • voor 14 september 2019 voor het eerst zijn ingeschreven in het handelsregister.

Een evenement is een georganiseerde, incidentele en voor het publiek toegankelijke gebeurtenis, die wordt bijgewoond door een verzameling mensen, die zich daarvoor in een bepaald tijdvak in een inrichting of op een terrein bevindt of beweegt.

De subsidie uit de evenementenmodule bedraagt:

  • 33,3% van de subsidie die de ondernemer onder TVL-1 heeft ontvangen (juni, juli, augustus en september 2020);mMaar minimaal € 750.

De evenementenmodule wordt opengesteld van 18 februari 2021 tot en met 18 maart 2021. Later volgt nog een openstelling voor het eerste kwartaal van 2021 (TVL-3).

LET OP: in tegenstelling tot de opslagen voor de horeca en de detailhandel loopt de aanvraag voor de evenementenmodulen NIET mee met een reguliere aanvraag van TVL-subsidie!

Voorwaarden

De TVL-subsidie wordt verstrekt aan MKB-ondernemingen (tot en met 250 werknemers):

  • waarvan het omzetverlies 30% of meer bedraagt;
  • waarvan de uitkomst van A * C;

tenminste bedraagt:

  • TVL-1: €000;
  • TVL-2: € 3.000;
  • TVL-3: € 3.000;
  • TVL-4: € 3.000;

LET OP: er wordt dus niet gekeken naar de daadwerkelijke vaste lasten!

  • die op 15 maart 2020 in het handelsregister stonden ingeschreven[2];
  • waarvan de hoofd- of nevenactiviteit is ingeschreven in het handelsregister met een aangewezen SBI-code;

deze voorwaarde geldt niet voor TVL-2, TVL-3 en TVL-4, aangezien deze subsidietijdvakken zijn opengesteld voor (nagenoeg) ALLE sectoren[3];

  • waarvan tenminste één vestiging een ander adres heeft dan het privéadres van de eigenaar of fysiek is afgescheiden van de privéwoning van de eigenaar (voor horecabedrijven geldt dit niet maar moet de ondernemer tenminste één horecagelegenheid huren, pachten of in eigendom hebben).

TVL-3 en TVL-4 worden ook opengesteld voor niet-MKB-ondernemingen. Dat zijn bedrijven met meer dan 250 werknemers.

Omzetverlies

Het omzetverlies wordt bepaald met de volgende formule:

(omzet referentieperiode – omzet subsidieperiode)/omzet referentieperiode

Onder TVL-1 wordt het omzetverlies uitgedrukt in hele procenten. Onder TVL-2/3/4 worden niet-afgeronde procenten gebruikt.

Omzet referentieperiode:

  • TVL-1: (omzet 2e kalenderkwartaal 2019 /3) + omzet 3e kalenderkwartaal 2019;
  • TVL-2: omzet 4e kalenderkwartaal 2019;
  • TVL-3: omzet 1e kalenderkwartaal 2019;
  • TVL-4: omzet 2e kalenderkwartaal 2019.

Omzet subsidieperiode:

  • TVL-1: (omzet 2e kalenderkwartaal 2020/3) + omzet 3e kalenderkwartaal 2020;
  • TVL-2: omzet 4e kalenderkwartaal 2020;
  • TVL-3: omzet 1e kalenderkwartaal 2021;
  • TVL-4: omzet 2e kalenderkwartaal 2021.

Subsidies, tegemoetkomingen of andere steun van de overheid in verband met de bestrijding van de coronacrisis tellen voor de TVL niet mee als omzet (bijvoorbeeld de NOW-subsidie).

Ze tellen wel mee voor de bepaling of het totaal van de subsidies de maximumbedragen voor te verkrijgen staatssteun overschrijdt (de hiervoor aangehaalde maxima van € 1.800.000, € 270.000 en € 225.000).

Bewijs omzetverlies

Als de aanvragende onderneming BTW afdraagt over haar gehele omzet en daarvan aangifte doet per maand of kwartaal wordt het bewijs geleverd aan de hand van kopieën van de BTW-aangiften.

Andere ondernemingen leveren het bewijs met informatie uit hun administratie.

Exploiteert de aanvrager een dorpshuis, gemeenschapshuis of wijkcentrum met horeca-activiteiten, dan telt onder TVL-1 alleen het omzetverlies dat betrekking heeft op de horeca en de zalenverhuur.

Vervaardigende ondernemingen met een retailwinkel mogen onder TVL-1 alleen het omzetverlies in de retailwinkel in aanmerking nemen.

Ondernemers die de subsidie aanvragen voor een nevenactiviteit nemen onder TVL-1 alleen de omzet in die nevenactiviteit in aanmerking.

De regeling voorziet er in dat de Belastingdienst aan RVO informatie aanlevert waarmee de door ondernemers aangereikte gegevens worden gecontroleerd (bijvoorbeeld in de vorm van BTW-aangiften).

Vaste lasten

De subsidie is bedoeld ter dekking van de vaste lasten van de onderneming. De omvang van de vaste lasten is per SBI-code bepaald op basis van een “gemiddelde onderneming”. Dat is in TVL-1 geschied op het niveau van de 2-cijerige SBI-code (verdere detaillering is niet mogelijk). In TVL-2/3/4 is de (forfaitaire) omzetdaling per hoofdgroep vastgesteld.

Het subsidiebedrag heeft daarmee geen relatie met het bedrag aan vaste lasten dat de onderneming daadwerkelijk betaalt in de subsidieperiode. Ondernemers hoeven het daadwerkelijke bedrag van hun vaste lasten dan ook niet aannemelijk te maken. En zij zijn er vrij in om hun vaste lasten, zoveel als mogelijk, te beperken, zonder dat dit leidt tot een lager subsidiebedrag uit de TVL.

De factor 0,5, zoals die in TVL-1 onderdeel is van de formule ter berekening van de subsidie, houdt in dat de regeling is bedoeld om maximaal de helft van de vaste lasten van de onderneming te dekken.

Onder TVL-3 en TVL-4 wordt de factor D opgetrokken naar 85%. Onder TVL-2 geldt de hiervoor weergegeven staffel.

Verplichtingen

Op de ontvanger van de subsidie rusten de volgende verplichtingen:

  • het voeren van een zodanige administratie dat daaruit te allen tijde op eenvoudige en duidelijke wijze is af te leiden dat aan de subsidievoorwaarden wordt voldaan;
  • deze administratie wordt tot 10 jaar na de datum van de beschikking tot subsidievaststelling bewaard (wat aanzienlijk langer is dan de reguliere bewaartermijn van 7 jaren);
  • gedurende 5 jaren meewerken aan een evaluatie van de doeltreffendheid en de effecten van de verleende subsidie;
  • als de onderneming mede actief is in de verwerking en afzet van landbouwproducten, geeft de onderneming de subsidie niet door aan primaire producenten.

 

 

 

 

 

 

Deze notitie is bedoeld om een regeling in grote lijnen uiteen te zetten. Met het oog op de leesbaarheid zijn zaken daarom vereenvoudigd weergegeven. VWG is daarom niet aansprakelijk voor de gevolgen van handelingen die naar aanleiding van deze notitie wel of niet zijn uitgevoerd.

 

 

 

[1] In TVL-1 en TVL-2 wordt de subsidie geheel geweigerd indien de maximum bedragen worden overschreden. In TVL-3 wordt de subsidie slechts geweigerd voor het bedrag van de overschrijding.

[2] Een aparte regeling is aangekondigd voor ondernemer die zijn gestart en de periode van 1 januari 2020 tot en met 30 juni 2020. Deze regeling wordt zoveel mogelijk gebaseerd op de TVL, maar wordt wel als een losstaande regeling vormgegeven.

[3] LET OP: de volgende sectoren kunnen geen beroep op TVL-2/-3/-4 doen: financiële instellingen (SBI 64, 65 en 66), overheden en extraterritoriale organisaties, sectoren 97 en 98 (gekoppeld aan huishoudens) holdings en concerndiensten (SBI 70.1), publiek bekostigde scholen (SBI 85).

Ondernemingen met SBI-code 64.2, 64.30.3 en 70.1 komen toch in aanmerking voor TVL als ze tevens staan in geschreven met een activiteit, die in een (nog te publiceren) bijlage bij de regeling wordt genoemd.