15-05-2020

No cure no pay, maar wel BTW

In 2017 schreven we in ons artikel Performance fee met btw belast over het Baštová-arrest. In dat arrest besliste het Europese Hof dat het door deelname aan een paardenrace ontvangen prijzengeld niet is onderworpen aan BTW. De vraag is hoe ver dit arrest reikt.

Direct verband

De essentie van het arrest is dat het directe verband tussen de verrichte prestatie (de deelname aan de paardenrace) en de ontvangen vergoeding (het prijzengeld) ontbreekt.  Daardoor is geen sprake van een met BTW te belasten prestatie.

De rechtbank Noord-Holland besliste in 2017 dat bij een performance fee wel sprake is van een voldoende direct verband. De fee wordt dan ook belast met BTW.

No cure no pay

Hof ‘s-Hertogenbosch oordeelde onlangs in de zaak van iemand die cliënten vertegenwoordigt in procedures. Dat doet hij op basis van no cure no pay. Dit houdt in dat alleen voor de diensten wordt betaald wanneer de zaak (deels) wordt gewonnen en de tegenpartij wordt veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten.

Belanghebbende meent dat er een onvoldoende verband tussen zijn prestatie en de ontvangen (proceskosten)vergoeding bestaat om te komen te afdracht van BTW. Het Hof volgt echter de conclusie van de rechtbank: er moet wel BTW worden afgedragen.

De omstandigheid dat onzeker is of een vergoeding wordt ontvangen, doordat onzeker is of de procedure wordt gewonnen en of de tegenpartij wordt veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten, staat niet in de weg aan de voldoende direct band tussen de prestatie en de vergoeding. De vergoeding is van de cliënt bedongen als tegenprestatie voor de aan die cliënt verrichte prestatie.

Hetzelfde geldt ook voor de omstandigheid dat de proceskostenvergoeding vaak rechtstreeks aan belanghebbende wordt uitbetaald. Uit de wet volgt namelijk dat niet belanghebbende, maar zijn cliënt recht heeft op de proceskostenvergoeding.