Mogelijkheid tot privégebruik auto is voldoende

privégebruik auto bijtelling kilometeradministratie

De Advocaat-Generaal (AG) bij de Hoge Raad heeft geconcludeerd dat de mogelijkheid van privégebruik door de werknemer met de auto van de zaak voldoende is voor de toepassing van het autokostenforfait. De loonbelasting is daarom terecht nageheven bij de werkgever. En de boete van € 5.000 is volgens het Hof passend en geboden. Uiteraard krijgt de Hoge Raad in deze zaak nog het laatste woord.

De zaak

Het gaat in deze zaak om een thuiszorgorganisatie (met ongeveer 90 werknemers). Die bezit 9 kleine (oudere) personenauto’s, die door de werknemers vooral worden gebruikt voor bezoeken aan patiënten. De auto’s worden afwisselend door verschillende werknemers gebruikt, naar gelang het gebruik voor hun dienst nodig is en welke auto beschikbaar is.

Bij start van hun dienst halen de werknemers de sleutels en de auto op bij het kantoor van de werkgever. Na afloop van de dienst parkeren zij de auto daar weer en leveren de sleutels in. Afhankelijk van de werkzaamheden gaan de auto’s ook wel eens mee naar huis. De werkgever heeft de werknemers schriftelijk meegedeeld dat de auto’s niet voor privédoeleinden mogen worden gebruikt (met als sanctie een boete van € 250). Er zijn geen kilometeradministraties.

Privégebruik

De AG concludeert dat de mogelijkheid tot privégebruik voldoende is voor de toepassing van het autokostenforfait. En in de voorliggende zaak hadden de werknemers die mogelijkheid. Gedurende de tijd dat de auto hen ter beschikking stond, konden ze die immers ook (in beperkte mate) voor privédoeleinden gebruiken.

Wanneer vast staat dat de werknemer de mogelijkheid heeft van privégebruik van de auto, is niet meer van belang wat de omvang van het feitelijke privégebruik is. Het loonbestanddeel wordt dan namelijk forfaitair gewaardeerd op 25% van de cataloguswaarde. Deze forfaitaire waardering geldt voor 2017. In eerdere jaren golden lagere bijtellingspercentages. Zie ook onze factsheet Bijtelling privégebruik auto.

Overigens heeft de Belastingdienst in deze casus ook bewijs aangevoerd dat er daadwerkelijk sprake is van enig privégebruik. Daarvoor beschikte de Belastingdienst over verklaringen van werknemers en ex-werknemers. En over 61 vastleggingen van het gebruik van de auto’s op verschillende locaties in Nederland, buiten de kantooruren en/of buiten de regio waarin de werkgever werkzaam is. Niet alle van deze 61 vastleggingen kon de werkgever weerleggen. Dat betreft onder andere 7 vastleggingen van privégebruik door werknemers die om die reden door de werkgever zijn ontslagen.

Rekening werkgever

Zoals hiervoor aangegeven, heeft de Belastingdienst aan de werkgever de naheffingsaanslagen loonbelasting opgelegd. Voor deze gevallen is de hoofdregel in de loonbelasting: naheffing op basis van eindheffing. Dat betekent dat de loonbelasting voor rekening van de werkgever komt. De belasting is in dit geval berekend op basis van het gebruteerde eindheffingstarief van 72,4%. Daarnaast is de inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet nageheven.

Op basis van de fiscale wetgeving komt de loonbelasting derhalve volledig voor rekening van de werkgever. Of die de belasting op de werknemers kan verhalen, hangt af van de afspraken die daarover met de werknemers zijn gemaakt. In de praktijk zal dit verhaalsrecht niet altijd geëffectueerd kunnen worden. Bijvoorbeeld niet wanneer de betreffende werknemer uit dienst is.

Andere artikelen

Afbetaling coronaschulden

Met ingang van oktober 2022 moeten ondernemers hun coronaschulden aflossen aan de Belastingdienst. We zetten de regels die daarbij gelden voor je...

Restwaarde leasefiets

De Staatssecretaris van Financiën heeft in een besluit een goedkeuring gegeven voor de bepaling van de restwaarde van een “leasefiets”.

De belastingplannen voor 2023

Welke belangrijke fiscale voorstellen kwamen op Prinsjesdag 2022 uit het koffertje van minister Kaag van Financiën? Wij zetten de tien belangrijkste voor...