Selecteer een pagina

Micro-onderneming

20151026_micro_onderneming_VWGNijhof

Per 1 november 2015 wordt in boek 2 van het Burgerlijk Wetboek (BW) de micro-onderneming geïntroduceerd. Een micro-onderneming krijgt vergaande vrijstellingen voor wat betreft de inhoud van de jaarrekening. Dat geldt zowel voor de inrichtingsjaarrekening als voor de publicatiestukken. De beperkte jaarrekening van een micro-onderneming mag ook nog eens worden opgesteld op basis van fiscale grondslagen, waarbij de opgaaf van overlopende activa en passiva voor wat betreft de overige bedrijfskosten achterwege mag blijven.

Een onderneming is een micro-onderneming in een boekjaar waarin wordt voldaan aan tenminste 2 van de volgende 3 criteria:
– de waarde van de activa bedraagt niet meer dan € 350.000 (gewaardeerd op verkrijgingsprijs);
– de netto omzet over het boekjaar bedraagt niet meer dan € 700.000;
– het gemiddeld aantal werknemers bedraagt in het boekjaar minder dan 10.
Deze regels gelden uiteraard alleen voor rechtspersonen (zoals de N.V., B.V. en coöperatieve vereniging). Boek 2 BW ziet immers alleen op rechtspersonen.

Of het verstandig is om de jaarrekening als micro-onderneming samen te (laten) stellen, hangt af van de doelen waarvoor de jaarrekening wordt samengesteld. Als de ondernemer en de Belastingdienst de enige gebruikers van de informatie zijn, zal een beperkte jaarrekening in het algemeen volstaan. Maar als bijvoorbeeld de bank en/of andere participanten de (informatie uit de) jaarrekening gebruiken, kan het zaak zijn om toch een jaarrekening op basis van de uitgebreidere standaarden samen te (laten) stellen.

Andere artikelen