20-07-2020

Meewerkende partner

Vaak werkt de partner van een ondernemer mee in de onderneming. Voor zover dit werk de “huwelijkse plichten” te boven gaat, is het alleszins redelijk dat de partner hiervoor een beloning ontvangt.

Minstens € 5.000

De Wet IB 2001 bepaalt echter in lid 4 van artikel 3.16 dat pas met deze beloning rekening wordt gehouden, wanneer die per jaar € 5.000 of meer bedraagt. Dan pas mag de vergoeding van de te belasten winst worden afgetrokken. Uiteraard hoeft de partner de vergoeding niet als inkomen aan te geven wanneer de kosten niet afgetrokken kunnen worden.

De Advocaat-Generaal (A-G) bij de Hoge Raad is echter van mening dat deze regeling discriminerend is. Wanneer anderen dan de partner van de ondernemer een beloning van minder dan € 5.000 ontvangen, is die beloning immers wel aftrekbaar van de ondernemingswinst.

Als de Hoge Raad de conclusie van de A-G volgt, zullen beloningen van minder dan € 5.000 aan partner ook aftrekbaar zijn. Natuurlijk gelden wel de algemene regels voor de onderbouwing van kostenposten. Dat betekent dat de partner daadwerkelijk werkzaamheden moet verrichten. En dat het uurloon zakelijk is.

Meewerkaftrek

Het fiscale alternatief voor de meewerkbeloning is de meewerkaftrek. De meewerkende partner van de ondernemer ontvangt dan geen beloning. De ondernemer mag een bedrag aftrekken van de fiscale winst. Deze aftrek bedraagt 4% van de winst, als de partner in het kalenderjaar 1.750 of meer in de onderneming heeft meegewerkt. Voor partners die minder uren meewerken gelden lagere aftrekpercentages.

Partner van de DGA

De regelingen inzake de meewerkaftrek en meewerkbeloning gelden alleen voor de partners van ondernemers in de inkomstenbelasting (eenmanszaken, maatschappen, VOF’s). Partners van een directeur-grootaandeelhouder kunnen in dienst treden bij de BV. Zij ontvangen dan loon, dat aftrekbaar is van de winst van de BV. Uiteraard moet het gaan om een zakelijke beloning voor daadwerkelijk verricht werk.

De BV moet over het loon van de partner loonbelasting inhouden. De partner geeft het loon uiteraard als inkomen aan in zijn of haar aangifte inkomstenbelasting. In het algemeen zal de partner van de DGA niet verzekerd zijn voor de werknemersverzekeringen. Dat is alleen het geval wanneer de partner het werk verricht onder vergelijkbare voorwaarden en omstandigheden als “gewone” werknemers.

Vrijwilligersbeloning

Overigens probeerde de belanghebbende inde zaak waarin de A-G concludeerde het ook nog met de stelling dat de aan de partner betaalde € 1.500 een vrijwilligersvergoeding is. Zonder succes. De aftrekbeperking heeft immers betrekking op vergoedingen aan partners. Niet van belang is of de partner beoogde een financieel voordeel te behalen. Ook niet of de vergoeding zo laag is, dat die niet in verhouding staat tot de geleverde arbeid.

De vrijwilligersregeling in de loonbelasting, op grond waarvan de partner de beloning belastingvrij zou kunnen ontvangen, kan vanzelfsprekend niet worden toegepast. Die regeling is uitsluitend van toepassing wanneer de vergoeding wordt uitbetaald door niet belastingplichtige instellingen of door sportinstellingen.