20-11-2019

Meer keuze met je pensioen

Het Ministerie van SZW heeft het concept van de Wet bedrag ineens, RVU en verlofsparen voorgelegd ter internetconsultatie. Als deze wet wordt ingevoerd, worden aan pensioengerechtigden meer keuzes geboden.

Bedrag ineens

Het wordt mogelijk om er voor te kiezen om een deel van je pensioen in één keer op te nemen. Daarvoor worden de volgende voorwaarden voorgesteld:

  • je mag maximaal 10% van de waarde van je aanspraak op ouderdomspensioen ineens opnemen (als je met deeltijdpensioen gaat, moet de deeltijdfactor worden toegepast);
  • dat moet plaatsvinden bij de ingang van je ouderdomspensioen;
  • als je pensioenregeling een hoog/laag-constructie bevat, mag je die niet toepassen;
  • en natuurlijk moet je ouderdomspensioen na de opname ineens nog boven de afkoopgrens uitkomen (voor 2019 ligt de afkoopgrens op een ouderdomspensioen van € 484,09 op jaarbasis).

Ook in de derde pijler

Voorgesteld wordt om het ook in de derde pijler (lijfrenteprodukten) mogelijk te maken dat op de ingangsdatum van de uitkeringen maximaal 10% van de waarde van het produkt ineens wordt uitgekeerd.

Ook voor het nettopensioen (tweede pijler) en de nettolijfrente (derde pijler) moet de afkoopmogelijkheid gaan gelden.

Belast

Uiteraard worden de afkoopsommen regulier belast met loon- en/of inkomstenbelasting. Maar doordat het gaat om een toegestane afkoop is geen revisierente verschuldigd (bij een niet toegestane afkoop moet, naast de belasting, 20% revisierente worden betaald).

Geen bestedingsdoel

Voor het netto bedrag wijst het wetsvoorstel geen verplichte bestedingsdoelen aan. Het idee is dat je bijvoorbeeld de hypotheek op je woning (of andere schulden) kunt aflossen, maar je mag de netto afkoopsom aanwenden zoals je zelf wilt.

Eerder stoppen met werken

Al geruime tijd worden regelingen die tot gevolg hebben dat werknemers voor hun pensioenleeftijd met pensioen kunnen gaan, ontmoedigd met een heffing van 52%. Deze heffing wordt betaald door de werkgever en komt – uiteraard – boven op de regulier verschuldigde belasting. Dit wordt ook wel de RVU-heffing genoemd, waarbij RVU staat voor Regeling Vervroegde Uittreding.

De RVU-heffing wordt tijdelijk, voor een periode van 5 jaar (2021 tot en met 2025) versoepeld. Werkgevers kunnen, zonder dat RVU-heffing is verschuldigd, aan werknemers een bedrag meegeven dat netto gelijk is aan de netto AOW-uitkering. De werkgever mag dit doen (maximaal) 36 maanden voor de AOW-leeftijd van de werknemer.

Sparen bovenwettelijk verlof

Een derde veruiming betreft de uitbreiding van de fiscale mogelijkheid om bovenwettelijk verlof op te sparen. Werknemers mogen op dit moment maximaal 50 weken aan bovenwettelijk verlof of compensatieverlof opsparen. Dat wordt uitgebreid naar 100 weken. Het opgespaarde verlof moet op elk moment gedurende de loopbaan van de werknemer kunnen worden opgenomen.

Beoogde ingangsdata

De verruiming van de RVU-regeling en van het sparen voor verlof wil men per 1 januari 2021 in werking laten treden. De mogelijkheid om 10% van het pensioen ineens uit te keren, zou per 1 januari 2022 van kracht moeten worden.