Selecteer een pagina

Laatste BTW-aangifte

In januari 2015 moet de laatste BTW-aangifte van 2014 worden ingeleverd. Dat is de aangifte over het 4e kwartaal of over december 2014. De laatste BTW-aangifte van een jaar behoeft uw speciale aandacht.

Zo moet er de correctie voor het privégebruik van de auto van de zaak in worden verwerkt. Hoofdregel is dat die wordt berekend aan de hand van de werkelijke privékilometers (inclusief de kilometers van het woon-werkverkeer), maar in de meeste gevallen wordt een goedkeuring gebruikt. Die houdt in dat 2,7% van de cataloguswaarde van de auto als privégebruik wordt aangegeven (2,7% wordt 1,5% wanneer bij de aanschaf van de auto geen BTW is afgetrokken en vanaf het 5e jaar volgend op het jaar waarin de ondernemer de auto is gaan gebruiken).

Ten aanzien van de correctie voor het privégebruik van de auto van de zaak ligt nog steeds een aantal proefprocedures bij de belastingrechter. Ondernemers die van een positief resultaat uit deze procedures willen meeprofiteren, moeten hun rechten veilig stellen door middel van tijdig (pro forma) bezwaar. Een bezwaarschrift is tijdig wanneer het is ingediend binnen 6 weken nadat de BTW is betaald (of binnen 6 weken na de dagtekening van de beschikking inzake een teruggave van BTW).
Als tegen de BTW-aangifte van 2011, 2012 of 2013 bezwaar is gemaakt (in veel gevallen door de belastingadviseur, via de collectieve regeling), geldt dat automatisch ook als bezwaar tegen de aangifte van 2014.

De laatste BTW-aangifte bevat ook de eventuele correcties ingevolge het BUA. Die afkorting staat voor: Besluit Uitsluiting Aftrek omzetbelasting. De aftrek van BTW op verstrekkingen aan werknemers moet worden herzien, behalve wanneer deze verstrekkingen gedurende het hele jaar niet meer hebben bedragen dan € 227. Het BUA kent een specifieke regeling voor verstrekkingen vanuit een (bedrijfs)kantine.

Ondernemers die niet uitsluitend met BTW belaste prestaties verrichten, moeten in de laatste aangifte van het jaar de definitieve aftrek in het kader van de pro rataregeling bepalen. Dat moet in beginsel aan de hand van de verhouding tussen de met BTW belaste en de totale omzet.
Daar waar deze ondernemers in de afgelopen 5 of 10 jaar hebben geïnvesteerd in roerende of onroerende bedrijfsmiddelen kan de herzieningsregeling aan de orde komen.

Los van de BTW-aangifte moet een huurder, die onroerend goed belast met BTW huurt, aan het eind van het jaar nagaan of hij het gehuurde voor 90% (soms 70%) heeft gebruikt voor prestaties waarvoor recht bestond op aftrek van BTW. Als dit in 2014 niet het geval was, moet dit vóór 29 januari 2015 worden gemeld met een verklaring aan de verhuurder en aan de Belastingdienst. Het niet voldoen aan de 90%-/70%-eis kan tot gevolg hebben dat het onroerend goed niet langer belast met BTW wordt gehuurd.
Ondernemers die in 2013 met een optie voor een met BTW belaste levering onroerend goed hebben verworven, moeten uiterlijk op 28 januari 2015 verklaren dat zij het onroerend goed voor 90% (of 70%) hebben gebruik voor prestaties waarvoor zij recht hadden op aftrek van BTW.

Doordat de laatste BTW-aangifte van een jaar een aantal “correcties” bevat, bestaat wel eens het misverstand dat er alle oneffenheden in het hele jaar in glad gestreken mogen worden. Dat is helaas niet het geval. Foutjes met een BTW-belang van in totaal per saldo maximaal € 1.000 mogen in de BTW-aangifte van het volgende tijdvak worden verwerkt (dat geldt overigens voor elk aangiftetijdvak). Als het totale BTW-belang hoger is, mag de correctie niet in de reguliere aangifte worden verwerkt, maar moet een suppletie-aangifte worden ingediend.
Sinds een aantal jaren rust op de ondernemer de verplichting een suppletie-aangifte in te dienen zo gauw duidelijk is dat een onjuist bedrag aan BTW is afgedragen of teruggevraagd. Het niet of niet tijdig nakomen van deze verplichting is aanleiding voor het opleggen van een administratieve boete.

 

Andere artikelen