Kwijtscheldingswinst niet vrijgesteld

Gepubliceerd op: 27 juni 2024

Rechtbank Zeeland-West-Brabant beslist dat niet is voldaan aan de bewijslast voor de kwijtscheldingswinstvrijstelling.

De zaak betreft een ondernemer die in een eenmanszaak in de vorm van een franchiseformule een boekwinkel exploiteert. In 2019 beëindigt de ondernemer de exploitatie van de boekwinkel. In verband daarmee resteert een schuld (rekening-courant) van € 67.200 aan de franchisegever. Deze schuld wordt omgezet in een geldlening en vervolgens kwijtgescholden. In de aangifte claimt de ondernemer voor het bedrag van de vrijval van de schuld de kwijtscheldingswinstvrijstelling.

Wie moet bewijzen?

Zoals in veel zaken start de Rechtbank met de vaststelling op welke partij de bewijslast rust: de ondernemer moet aannemelijk maken dat de vordering naar objectieve maatstaven bezien vanuit het oogpunt van de franchisegever/schuldeiser niet voor verwezenlijking vatbaar is. De argumenten die de ondernemer daarvoor inbrengt zijn dat de franchisegever een onafhankelijke derde is en dat uit de financiële gegevens van de onderneming blijkt dat de vordering niet voor verwezenlijking vatbaar is.

Onafhankelijke derden

De Rechtbank oordeelt dat de omstandigheid, dat de franchisegever/schuldeiser een onafhankelijk derde is, niet automatisch betekent dat de vordering niet voor verwezenlijking vatbaar is. Het argument dat een transactie is gesloten tussen onafhankelijke partijen (met aan elkaar tegengestelde belangen) werkt vaak wanneer de zakelijkheid van een transactie ter discussie staat. De Rechtbank overweegt dat er best zakelijke argumenten aan de kwijtschelding ten grondslag kunnen liggen.

Verder overweegt de Rechtbank dat niet duidelijk is geworden welke pogingen de schuldeiser heeft gedaan om haar vordering te innen. Op het moment van de staking stond op de balans van de onderneming een bedrag van bijna € 34.000 aan liquide middelen en de schuld kon ook nog op het privévermogen van de ondernemer worden verhaald. De in de voorafgaande jaren met de onderneming behaalde resultaten geven geen aanleiding om te veronderstellen dat dit verhaal bij voorbaat kansloos zou zijn.

Andere artikelen

Wat is woon-werkverkeer?

Hof Den Haag heeft zich uitgelaten over de vraag wat in het kader van de loonbelasting moet worden verstaan onder woon-werkverkeer.