Kort verblijf belast met 21% BTW

Gepubliceerd op: 31 december 2025

Met ingang van 1 januari 2026 verhuist de prestatie die bestaat uit het verstrekken van logies van het lage (9%) naar het hoge (21%) BTW-tarief.

Moment van verblijf

Dat is al even bekend, want exploitanten van vakantiewoningen, hotels en dergelijke moesten al anticiperen op deze tariefwijziging. Voor het toe te passen tarief is namelijk niet van belang op welk moment het verblijf wordt geboekt en ook niet wanneer het wordt betaald, maar gaat het om het moment waarop de gast daadwerkelijk verblijft.

Dus een hotelkamer die op 15 december 2025 wordt geboekt en betaald voor een overnachting op 15 januari 2026 is onderworpen aan 21% BTW.

Short stay

De tariefwijziging betreft de prestaties van post b.11 uit tabel I bij de Wet op de omzetbelasting. Daar vallen alle situaties onder waarin tot en met 31 december 2025 het verlaagde tarief van toepassing was omdat sprake was van “short stay” (kortdurend verblijf). De grens voor kortdurend verblijf wordt daarbij gelegd op een verblijf van maximaal 6 maanden.

De verhuur van (gemeubileerde) woonruimte voor maximaal 6 maanden is uitgezonderd van de verhuurvrijstelling, maar wordt met ingang van 1 januari 2026 belast met 21% BTW.

Kamperen

Post b.10 van tabel I bij de Wet op de omzetbelasting vervalt niet. Deze post betreft het geven van gelegenheid tot kamperen. Kamperen is het kortdurend verhuren van (afgebakende) percelen op kampeerterreinen en in caravanparken waar kampeerders hun eigen onderkomen – zoals een tent, caravan of camper – plaatsen. Het verstrekken van logies in zomerhuisjes, strandhuisjes, stacaravans en (safari)tenten en dergelijke, valt niet onder het verlaagde BTW-tarief.

Andere artikelen