20-05-2019

Keuzebudget werkt door naar andere regelingen

Werkgevers bieden hun werknemers tegenwoordig de gelegenheid om naar het cafetaria te gaan. Soms is dat om een maaltijd te nuttigen. Maar in het kader van de loonheffingen wordt de term cafetariaregeling ook wel gebruikt voor het uitruilen van loonbestanddelen. Een andere term hiervoor is Individueel Keuzebudget (IKB).

Bruto ruilen voor netto

De kern van deze fiscale truc is natuurlijk dat je bruto loonbestanddelen inruilt voor netto loonbestanddelen. Een werknemer die een fiets wil hebben, levert gedurende 36 maanden een stukje van zijn (of haar) brutoloon in. Wanneer de fiets in de vrije ruimte van de werkkostenregeling past, is dit loonbestanddeel niet belast met loonheffingen.

De werknemer geniet dan een fiscaal voordelige fiets. De werkgever hoeft het brutoloon niet uit te betalen, maar de werknemer mist slechts het nettoloon.

Een dergelijke ruil is toegestaan op voorwaarde dat die ook daadwerkelijk wordt doorgevoerd. Dat betekent dat de verlaging van het brutoloon in beginsel moet doorwerken naar alle regelingen die afhankelijk zijn van het loon van de werknemer.

Diensttijdvrijstelling

Een werknemer die (tenminste) 25 jaar in dienst is, mag eenmaal een bruto salaris netto ontvangen. Hetzelfde geldt voor een werknemer die (tenminste) 40 jaar in dienst is. Het brutoloon is dan vrijgesteld van loonheffingen: de diensttijdvrijstelling.

Wanneer een werknemer overlijdt, mag aan de erfgenamen belastingvrij een uitkering worden gedaan ter grootte van maximaal 3 maal het brutoloon (overlijdensvrijstelling).

Voor beide regelingen is van belang wat er allemaal tot het brutoloon behoort. De uitvoeringsregeling bepaalt dat in dit verband niet tot het loon behoren: tantièmes, toevallige bijzondere beloningen en aanspraken.

IKB

Bij Rechtbank Den Haag speelt de zaak van een werkgever die de mogelijkheid biedt om 16,3% van het maandsalaris om te ruilen. Dit bestaat uit:

  • 8% van het loon: de vakantietoeslag;
  • 6% van het loon: de eindejaarsuitkering;
  • 1,5% van het loon: de levensloopbijdrage;
  • 0,8% van het loon: een deel van de bovenwettelijke verlofuren.

Deze bestanddelen kunnen worden geruild voor:

  • extra vakantie-uren;
  • financieren van een opleiding;
  • aanschaf van een fiets of vakliteratuur;
  • vergoeding van reiskosten voor woon-werkverkeer;
  • betaling van vakbondscontributie;
  • bedrijfsfitness;
  • extra inkomen (als niet op tijd een keuze is gemaakt, wordt het budget uitgekeerd in de vorm van brutoloon).

De Rechtbank beslist dat het IKB niet hoort tot het brutoloon dat de grondslag is voor de diensttijd- en de overlijdensvrijstelling. De voormalige vakantietoeslag kan niet worden gerekend tot het brutoloon dat dient als basis voor de bepaling van het maximum van deze vrijstellingen. Beslissend is het maandloon van de maand voorafgaand aan de maand waarin de diensttijd- of overlijdensuitkering wordt toegekend; niet het jaarloon gedeeld door 12.