Hoeveel rente moet een DGA betalen

Als een DGA geld leent van de BV moet rente aan de BV worden betaald. DGA en BV moeten immers zakelijk met elkaar handelen. Maar hoeveel rente moet er dan precies worden betaald?

De BV is geen bank

Dat hangt natuurlijk af van alle omstandigheden in elk concreet geval. De Hoge Raad heeft daarvan al in 1997 gezegd dat de BV in deze situatie niet moet worden vergeleken met een bank, maar met een particuliere belegger.

Zakelijke rente

Bij Rechtbank Den Haag speelde recent een zaak waarin een rente van 4% als zakelijk werd beoordeeld. Deze zaak betreft een schuld aan de BV van ruim € 1,8 miljoen per 1 januari 2014 en bijna € 950.000 per 31 december 2014.

De BV rekent in haar aangifte vennootschapsbelasting over 2014 voor € 8.132 aan rente tot haar winst. Dat komt neer op een rentetarief van circa 0,6%. De Belastingdienst corrigeert dit naar 4% (€ 37.370).

Volgens de rechtbank moet de BV worden vergeleken met een particuliere belegger die geld uitleent aan een derde. Deze lening moet wat betreft de omvang van de lening, looptijd en risico vergelijkbaar zijn met de lening die de BV aan de DGA verstrekt.

De Belastingdienst heeft aannemelijk gemaakt dat het tarief van 4% hier aan voldoet. De onderbouwing van de Belastingdienst luidt dat wordt aangesloten bij de rente op staatsobligaties, die 1,7% bedraagt. Dit wordt aangemerkt als de rente voor een volledig risicoloze lening. Op deze rente wordt een risico-opslag gehanteerd van 2,3%. De systematiek die de Belastingdienst hanteert, is openbaar gemaakt naar aanleiding van een wob-verzoek.

Aandelen als zekerheid

De Rechtbank merkt in haar uitspraak op dat de aandelen in de BV niet kunnen dienen als zekerheidstelling voor de geldlening. Dat zou immers betekenen dat de BV voor haar eigen gelden garant zou staan.

Daar kan uiteraard anders over worden gedacht. Aflossing van een schuld kan immers plaatsvinden door verrekening van de aflossing met een dividenduitkering uit de BV.

Excessief lenen

Het is bekend dat het zowel het Ministerie van Financiën als de Belastingdienst een doorn in het oog is dat DGA’s grote bedragen van hun BV lenen. De bestrijding van dit soort (vermeende) misstanden is voor de Belastingdienst erg tijdrovend.

Daarom is voorgesteld om in situaties van excessief lenen het bovenmatige deel van de leningen met inkomstenbelasting (box 2) te belasten. Daarbij wordt het totaal van de schulden boven € 500.000 (vermeerderd met de eigen woningschuld) als bovenmatig aangemerkt.

De ingang van dit wetsvoorstel is inmiddels doorgeschoven naar 1 januari 2023. De tekst van het wetsvoorstel zou nog voor het zomerreces van het Parlement openbaar worden gemaakt.

Andere artikelen

Afbetaling coronaschulden

Met ingang van oktober 2022 moeten ondernemers hun coronaschulden aflossen aan de Belastingdienst. We zetten de regels die daarbij gelden voor je...

Restwaarde leasefiets

De Staatssecretaris van Financiën heeft in een besluit een goedkeuring gegeven voor de bepaling van de restwaarde van een “leasefiets”.

De belastingplannen voor 2023

Welke belangrijke fiscale voorstellen kwamen op Prinsjesdag 2022 uit het koffertje van minister Kaag van Financiën? Wij zetten de tien belangrijkste voor...