Goedkeuring gezamenlijke koop eigen woning door partners

De fiscale regels rond de eigen woning zijn inmiddels (veel te) ingewikkeld. En ze leiden geregeld tot vreemde uitkomsten. Met een in een besluit van 30 januari 2018 vastgelegde goedkeuring heeft Staatssecretaris Snel van Financiën een van die vreemde uitkomsten gerepareerd.

Verleden

Je kunt met ingang van het belasting jaar 2013 een beroep doen op dit besluit. De aanslagen inkomstenbelasting over 2013 (en de meeste jaren daarna) staan echter al lang en breed definitief vast. Aan een rechtsgeldig verzoek om vermindering van een definitieve aanslag moet de Belastingdienst tegemoet komen als je dat verzoek binnen 5 jaar hebt ingediend. Je verzoek tot vermindering van je aanslag 2013 moet dus uiterlijk op 31 december 2018 door de Belastingdienst zijn ontvangen. Voor de jaren daarna heb je nog wat meer tijd.

Zoals gezegd, is de problematiek behoorlijk complex. Het gaat om situaties waarin iemand samen met een partner een nieuwe eigen woning koopt en één van de (of beide) partners een fiscaal verleden heeft met een eigen woning. De wettelijke regeling kan dan tot gevolg hebben dat niet alle rente, die wordt betaald op de schuld voor de eigen woning, in box 1 mag worden afgetrokken. Op grond van de goedkeuring mag dat nu mogelijk toch. Als je daarvoor in aanmerking komt, kan dat een flinke extra teruggave aan inkomstenbelasting opleveren.

Je moet wel zelf actie ondernemen door bij de Belastingdienst een verzoek in te dienen.

Gezamenlijke eigen woning

In het besluit vind je een voorbeeld aan de hand waarvan de problematiek wordt verduidelijkt. X en Y zijn partners. Zij kopen samen voor € 200.000 een nieuwe woning, in de verhouding 50%/50%. De aanschaf van de woning wordt voor € 150.000 gefinancierd met leningen (waarvan € 100.000 aflossingsvrij) en voor € 50.000 met eigen geld. Voor de eigen woningregeling wordt elke partner zelfstandig bekeken. Ieder wordt geacht voor € 100.000 een nieuwe eigen woning te hebben gekocht. Ieder wordt geacht die voor € 75.000 met een lening en voor € 25.000 met eigen geld te hebben gefinancierd.

Eén van de partners heeft echter in het verleden al een eigen woning gehad. En dat is de bron van de “ellende”, die er toe leidt dat beide partners niet alle rente mogen aftrekken.

De partner met het eigen woningverleden heeft een eigen woningreserve van € 50.000. Daardoor is slechts op € 50.000 van de leningen de rente aftrekbaar als eigen woningrente. De resterende € 25.000 van de aan deze partner toegerekende schuld (€ 75.000 -/- € 50.000) komt in box 3 terecht.

De andere partner kan geen gebruik maken van de overgangsregeling op grond waarvan de rente op aflossingsvrije leningen na 1 januari 2013 aftrekbaar blijft. Voor die partner is alleen aftrekbaar de rente op diens aandeel in de lening die wordt afgelost (50% van € 50.000). De rente op het deel van de aflossingsvrije lening is niet aftrekbaar. Deze lening (€ 50.000) komt in box 3 terecht.

De goedkeuring in het besluit repareert deze vreemde uitkomst. Op grond van het besluit mogen beide partners in dit voorbeeld toch de rente over hun volledige aandeel in de leningen aftrekken als eigen woningrente (box 1).

VWGNijhof

Weet je niet zeker of bovenstaande op jullie eigen woning van toepassing is? Of heb je hulp nodig bij het in te dienen verzoek? VWGNijhof ontzorgt je graag.

Andere artikelen

Afbetaling coronaschulden

Met ingang van oktober 2022 moeten ondernemers hun coronaschulden aflossen aan de Belastingdienst. We zetten de regels die daarbij gelden voor je...

Restwaarde leasefiets

De Staatssecretaris van Financiën heeft in een besluit een goedkeuring gegeven voor de bepaling van de restwaarde van een “leasefiets”.

De belastingplannen voor 2023

Welke belangrijke fiscale voorstellen kwamen op Prinsjesdag 2022 uit het koffertje van minister Kaag van Financiën? Wij zetten de tien belangrijkste voor...