Geen minimuziekfestival

Gepubliceerd op: 5 juli 2023

Het verlenen van toegang tot muziekuitvoeringen is onderworpen aan het lage BTW-tarief (9%). Maar dan moet het de bezoekers wel gaan om de muziek.

Uitgaansgelegenheid

Bij Hof Arnhem-Leeuwarden speelde onlangs de zaak van een BV die een uitgaansgelegenheid exploiteert. De BV organiseert avonden waarop een programma van optredens van dj’s wordt aangeboden. Bij deze avonden wordt entreegeld geheven en moet worden betaald voor de garderobe. De BV draagt over het entreegeld BTW af naar het verlaagde tarief omdat zij van mening is dat sprake is van een minimuziekfestival.

Optredens van ondergeschikt belang

Het Hof is het echter eens met de Rechtbank, die heeft geconcludeerd dat de optredens van de dj’s van ondergeschikt belang zijn. Dit onderbouwt de belastingrechter onder andere met de aankondigingen van de avonden op Facebook, waaruit blijkt dat daarin slechts mondjesmaat sprake is van promotie van de artiesten. Uit op YouTube geposte filmpjes blijkt dat bezoekers in groepjes met drankjes in hun hand staan te praten, wat er, volgens het Hof, op duidt dat de optredens van ondergeschikt belang zijn. Ook de foto’s in het dossier geven geen beeld van een (dansende) menigte, primair gericht op de optredens.

Het Hof stelt ook vast dat op de vrijdagen, respectievelijk de zaterdagen, veelal dezelfde artiesten optraden. En verder duren de optredens van de dj’s op sommige avonden 60 tot 90 minuten en op andere avonden gedurende de gehele openingstijden van de uitgaansgelegenheid.

Dagrecreatie

De BV stelt ook nog dat sprake is van het verlenen van toegang tot een permanent voor vermaak en dagrecreatie ingerichte voorziening. Maar daarvoor is, zo blijkt uit een arrest van de Hoge Raad, een inrichting vereist zoals in attractieparken en speeltuinen. Daarvan is in de horecagelegenheid geen sprake.

Andere artikelen