Selecteer een pagina

Fooien

Aangezien sprake is van een uitgebreide notitie adviseren wij u deze in pdf-format te downloaden.

 

Fooien zijn bedragen die klanten vrijwillig betalen boven op de voor de aan hen verrichte prestatie in rekening gebrachte prijs.

BTW

De BTW wordt geheven over de vergoeding: al hetgeen de ondernemer ter zake van de prestatie in rekening brengt. Indien meer wordt voldaan, is de vergoeding gelijk aan hetgeen is voldaan.

Ook de fooi die een ondernemer ontvangt, hoort dus tot de vergoeding waarover BTW moet worden afgedragen.

Als de klant de fooi rechtstreeks aan de werknemer(s) betaalt (cash), is over de fooi geen BTW verschuldigd, behalve wanneer de werknemer de fooi ontvangt:

  • krachtens derdenbeding (de Hoge Raad[1] bevestigt dat bij vrijwillig door klanten rechtstreeks aan werknemers betaalde fooien, geen sprake is van verkrijging krachtens derdenbeding);
  • in naam en voor rekening van de ondernemer (als de fooien door de werknemers ten eigen behoeve kunnen worden aangewend, zijn ze niet in naam en voor rekening van de ondernemer ontvangen).

Mede op basis van deze uitspraak is goedgekeurd[2] dat geen BTW is verschuldigd over fooien waarvan de werknemers in onderling overleg hebben afgesproken ze in een bepaalde verhouding te verdelen en waarbij de ondernemer zelf eventueel ook mee deelt. De ondernemer moet met zijn administratie aantonen in hoeverre sprake is van de ontvangst van fooien. In de praktijk gebeurt dit meestal via een fooienpot.

Pin/credit card

Als de fooi door de klant wordt voldaan door middel van een betaling met pin of creditcard, ontvangt uiteraard niet de werknemer, maar de ondernemer de fooi.

Goedgekeurd2 is dat de fooi ook dan buiten de met BTW te belasten vergoeding blijft, voor zover die bedragen door de ondernemer zijn doorbetaald aan de werknemer(s). Dat gebeurt in de praktijk bijvoorbeeld door de met pin of credit card ontvangen fooien uit de kas te halen en in de fooienpot van de werknemer(s) te stoppen.

Eigen dienstverlening ondernemer

Ondernemers die fooien ontvangen voor hun eigen dienstverlening (zoals “eigen rijders” in de taxibranche) zijn, op basis van een goedkeuring2, over hun fooien geen BTW verschuldigd indien:

  • wordt gewerkt in branches waar vaste prijzen worden gehanteerd en;
  • waar het gebruikelijk is dat fooien worden ontvangen en;
  • met de administratie kan worden aangetoond in hoeverre sprake is van de ontvangst van fooien.

Deze goedkeurig betreft met name de horeca- en de taxibranche.

Loonheffingen

Loon is al hetgeen uit de dienstbetrekking wordt genoten, daaronder begrepen hetgeen wordt vergoed of verstrekt in het kader van de dienstbetrekking.

De werkgever moet loonheffingen inhouden over alle voordelen die door of met medeweten van de werkgever in het kader van de dienstbetrekking aan de werknemer zijn verstrekt.

Fooien worden voor de heffing van loonbelasting niet tot het loon gerekend voor zover bij het bepalen van het voor de werknemer geldende loon met het ontvangen van fooien van derden geen rekening is gehouden[3]. Als over de fooien geen afspraken zijn gemaakt, worden ontvangen fooien niet met loonbelasting, maar uitsluitend met inkomstenbelasting belast (de werknemer moet ze dan verwerken in zijn/haar aangifte inkomstenbelasting).

Een werknemer, die werkt in een onderneming waarin horeca-activiteiten[4] worden verricht, wordt, in afwijking van het voorgaande, geacht fooien te hebben ontvangen indien het van de werkgever ontvangen loon niet tenminste gelijk is aan het uit hoofde van de wet of de CAO geldende loon.

Bemoeienis werkgever

Als de werkgever (mede) bepaalt hoe de fooien(pot) worden(wordt) aangewend, wordt de fooi belast met zowel BTW als loonbelasting en premies.

Dat is bijvoorbeeld het geval als de werkgever het personeelsuitje organiseert waarvan de kosten uit de fooien(pot) worden betaald. Dat de werkgever het uitje organiseert kan bijvoorbeeld blijken uit de omstandigheid dat de offerte of opdrachtbevestiging op naam van de werkgever staat of dat de werkgever de betaling verricht.

Een bijdrage van de werkgever aan een door de werknemers georganiseerd uitje is geen probleem. Deze bijdrage van de werkgever is uiteraard wel loon (desgewenst onder te brengen in het werkostenforfait).

De verdeling van de fooien(pot) kan het best volledig aan het personeel worden overgelaten.

Arbeidsrecht

Dat een werkgever bevoegd is om minder loon te betalen dan de werknemer wettelijk of ingevolge de geldende CAO toekomt, is door de Hoge Raad bevestigd[5]. Voorwaarde is dat de werkgever er van uit kan gaan dat de werknemer voor een bepaald bedrag aan fooien geniet.

Minimumloon en -vakantietoeslag

Fooien worden, voor de bepaling of is voldaan aan de verplichting om (tenminste) het minimumloon uit te betalen, meegerekend indien bij de vaststelling van de arbeidsvoorwaarden met de fooien rekening is gehouden. Als de werknemer in een loontijdvak te weinig fooien ontvangt, moet de werkgever er voor zorgen dat die werknemer wel het minimumloon ontvangt.

Een CAO laat meestal geen ruimte om, bij de bepaling of (tenminste) het minimumloon uit hoofde van die CAO is voldaan, rekening te houden met door de werknemer ontvangen fooien. Daarvoor moet uiteraard de tekst van de betreffende CAO worden geraadpleegd.

Vakantietoeslag (tenminste 8%) is door de werkgever ook verschuldigd over het bedrag aan fooien waarmee rekening is gehouden bij de berekening van het door de werkgever uit te betalen loon.

 

Deze notitie is bedoeld om een regeling in grote lijnen uiteen te zetten. Met het oog op de leesbaarheid zijn zaken daarom vereenvoudigd weergegeven. VWG is daarom niet aansprakelijk voor de gevolgen van handelingen die naar aanleiding van deze notitie wel of niet zijn uitgevoerd.

———————————-

[1] Hoge Raad 23 november 1994, nr. 29.186 (betreffende taxichauffeurs).

[2] Besluit van 29 december 1994, nr. VB94/4707 (Mededeling 32).

[3] Artikel 3.6, lid 1 Uitvoeringsregeling LB 2011 (op basis van artikel 12 Wet LB 1964).

[4] In een onderneming waarvan de horeca-activiteiten een onderdeel zijn, geldt deze regel alleen voor het personeel dat in dat bedrijfsonderdeel werkzaam is.

[5] Hoge Raad 2 maart 2001, nr. C99/180HR; ECLI:NL:HR:2001:AB1254 (Hotel New York)

Andere artikelen