Eigen woningrente drukt niet en is daarom niet aftrekbaar

Gepubliceerd op: 3 december 2025

Rechtbank Gelderland besliste onlangs dat een mevrouw niet aannemelijk heeft gemaakt dat het volledige bedrag dat ze aan eigen woningrente aftrekt in haar aangifte op haar drukt.

Vergoedingen van vader

Deze mevrouw had een eigen woning waarvoor ze ruim € 60.000 aan rente betaalde op een lening van haar vader. Haar vader maakt jaarlijks iets meer dan € 40.000 aan haar over. De Belastingdienst stelt dat dit bedrag is bedoeld als compensatie voor de rentekosten, waardoor de rente voor dit deel niet op de vrouw drukt. Per saldo is dan slechts € 20.000 aan eigen woningrente aftrekbaar.

De vrouw stelt de dat betalingen die zij van haar vader ontving, betrekking hadden op dividend uit aandelen die zij hield in een BV en op haar aandeel in de huuropbrengsten van twee panden waarvan zij voor de helft eigenaar is. Maar deze stelling onderbouwt ze niet met schriftelijke bescheiden.

Ook is, volgens de rechtbank, niet aannemelijk haar stelling dat ze over voldoende geldmiddelen beschikt, die zij naar eigen inzicht kon aanwenden. Dit baseert de rechtbank op de tegenstrijdige verklaringen van de vader en op andere stukken in het dossier. De rechtbank stelt vast dat, ondanks daarover gemaakte afspraken, de dividenden uit de BV en de huur van de panden niet zijn afgeboekt van de schuld.

Omkering bewijslast

In de zaak speelt wel mee dat de Belastingdienst de bewijslast succesvol heeft omgekeerd. Dat betekent dat mevrouw behoorlijk overtuigend moet bewijzen dat haar stellingen juist zijn.

De bewijslast is omgekeerd omdat mevrouw onjuist en onvolledig aangifte heeft gedaan. Zij heeft in haar aangifte niet de aandelen in de BV vermeld (box 3) en ook verzuimd om een vordering op haar vader in box 3 te verwerken. De aangiften waren door haar vader opgesteld.

Zorgvuldigheid

Ook het beroep van mevrouw op het proportionaliteits- en zorgvuldigheidsbeginsel wordt door de rechtbank afgewezen. Zij stelt dat de Belastingdienst zoveel en zo vaak informatie heeft opgevraagd voor een relatief klein financieel belang, dat het onderzoek een inbreuk op haar privacy bevat. De rechtbank overweegt dat het aan de inspecteur is om een afweging te maken in hoeverre hij een aangifte diepgaander wil onderzoeken door nadere vragen te stellen. De rechtbank neemt daarbij in aanmerking dat in eerste instantie werd geweigerd om bankafschriften te overleggen, de wisselende verklaringen van de vader en het geringe inkomen van de vrouw ten opzichte van de hoogte van de hypotheekschuld.

Andere artikelen