Selecteer een pagina

Een ezel stoot zich …

“NAHEFFING voor 5 tot 6 miljoen mensen”, dat is de kop die is verschenen boven diverse artikelen in de pers. Voor een jurist tenenkrommend, want van een naheffing is geen sprake. Dat speelt alleen bij belastingen als de loonbelasting en de BTW. De artikelen gaan over de aanslagen inkomstenbelasting die belastingplichtigen in 2015 over het belastingjaar 2014 tegemoet mogen zien. Bij de inkomstenbelasting hoort de kreet navordering, maar ook daar is geen sprake van. Het woord NAHEFFING trekt wel de aandacht en sluit aan bij de beleving van de fiscale leek.

Wat is er aan de hand? Zoals in de meeste jaren heeft de politiek de behandeling van de belastingplannen 2014 ook in 2013 gepropt in de periode tussen Prinsjesdag (derde dinsdag in september) en begin november. Vervolgens moet de Eerste Kamer de plannen nog zegenen en dan is net voor het kerstreces van het Parlement (half december) duidelijk welke veranderingen nu precies in het nieuwe jaar in de fiscaliteit zullen worden doorgevoerd. Die wijzigingen moeten daarna worden verwerkt in de computersystemen van de Belastingdienst en in de aangiftesoftware van commerciële aanbieders. Vervolgens moeten beiden ook nog op elkaar aansluiten.

De laatste jaren is dit, vooral aan de zijde van de Belastingdienst, steeds problematischer gebleken. Zo ook in 2014, met als gevolg dat een aantal van de op 1 januari 2014 van kracht geworden maatregelen niet is verwerkt in de voorlopige aanslagen en teruggaven die belastingplichtigen hebben ontvangen. In de in 2015 naar aanleiding van de nog in te dienen aangiften over 2014 op te leggen aanslagen wordt dit uiteraard wel verwerkt met als gevolg dat belastingplichtigen minder belasting terugontvangen of moeten bijbetalen. Het kan gaan om bedragen oplopend tot maar liefst € 700.

Het spreekt bijna voor zich dat de politici druk doende zijn om deze hete bal naar elkaar toe te schuiven. De Regering verwijt de Kamer nog in een laat stadium van het wetgevingsproces de voorstellen met amendementen te wijzigen. De Kamer kaatst terug dat de meeste wijzigingen toch echt in de voorstellen van de Regering zitten. Maar ook in het kader van het Belastingplan 2015, het wetsvoorstel met de maatregelen voor het belastingjaar 2015, is iedereen weer druk doende om die wijziging(en) binnen te slepen die zijn of haar achterban aanspreekt. Natuurlijk is het versnipperde politieke landschap in Nederland mede debet aan een en ander. Natuurlijk is het in ons aller belang dat de Staat ook in deze tijden van economische tegenwind voldoende belastingcenten binnen krijgt. Maar een bij te betalen bedrag van € 700 ergens begin 2015 is voor veel Nederlanders toch een uiterst onaangename verassing.

Grappig is dat een op 28 januari 2014 ingevoerde wijziging van de Uitvoeringsregeling Algemene Wet inzake Rijksbelastingen 1994 regelt dat de Belastingdienst voorlopige aanslagen niet hoeft aan te passen wanneer die niet kloppen door wetswijzigingen die nog niet in de computersystemen van de Belastingdienst zijn verwerkt. Voorwaarde is dat het bedrag van de voorlopige aanslag niet aanmerkelijk afwijkt van de uiteindelijk verschuldigde belasting. Kennelijk moeten we een afwijking van € 700 zien als “niet aanmerkelijk”. In ons eerder deze week gepubliceerde artikel “Voorlopige aanslag en AB-dividend” schreven we dat de problematiek is opgelost voor het tariefstapje voor inkomen uit aanmerkelijk belang. Een belang van (maximaal) € 15.000 is kennelijk wel aanmerkelijk, hoewel het tot medio oktober heeft geduurd voordat dit probleempje met een simpele goedkeuring werd opgelost.

Andere artikelen