18-09-2019

De belastingplannen voor 2020

Op Prinsjesdag 2019 zijn de belastingplannen voor 2020 bekend gemaakt. Bij de bestudering van deze wetsvoorstellen vallen vooral de zaken op, die wel veel impact hebben, maar er nog niet in zijn opgenomen. We beschrijven hierna beknopt de op het eerste gezicht meest interessante onderdelen. Daarbij kunnen we heel vaak verwijzen naar stukken die we eerder hebben gepubliceerd.

Wat zit er (onder andere) niet in?

Dat de onlangs aangekondigde aanpassing van de heffing over het inkomen uit sparen en beleggen (box 3) er nog niet in zit, was al aangekondigd. We leggen deze plannen uit in onze artikelen Beleggers betalen fors meer in de nieuwe box 3 en Spaargeld tot € 440.000 belastingvrij.

Maar over de inhoud van de “rekening-courant-maatregel” hadden wij inmiddels wel meer duidelijkheid verwacht. Vooralsnog moeten we het doen met wat we beschrijven in onze artikel Bestrijding van excessief lenen van de eigen BV. Het wetsvoorstel laat nog op zich wachten.

Betrouwbare wetgever?

Een ander opvallend element in de belastingplannen voor 2020 is dat een deel van de in de belastingplannen 2019 verwerkte maatregelen nu weer wordt gewijzigd.

Zo gaat de voor 2020 beloofde verlaging van het tarief voor de vennootschapsbelasting deels niet door. En de verlaging van het tarief voor de aftrekposten in de inkomstenbelasting wordt niet pas in 2021, maar al in 2020 in gang gezet.

Inkomstenbelasting

Het voor de inkomstenbelasting over box 1 beoogde tweeschijventarief wordt al in 2020 ingevoerd, in plaats van pas in 2021. Dat betekent:

  • een iets aangepast tarief over het inkomen in box 1 tot € 68.507: 37,35% (2019: 36,65% tot € 20.384 en daarboven: 38,1%)
  • een verlaging van het toptarief van 51,75% (2019) naar 49,5% (2020 en 2021).

Maar het betekent ook dat aftrekposten (waaronder de zelfstandigenaftrek) niet tegen het toptarief geldend worden gemaakt, maar slechts tegen 46%: Laten we weer eens naar je financiele planning kijken.

Voor ondernemers is van belang dat de zelfstandigenaftrek wordt verlaagd. Deze aftrek, waarvoor de ondernemer minstens 1.225 uren in de onderneming moet werken, bedraagt in 2019: € 7.280. Dit bedrag wordt de komende 8 jaar telkens met € 250 verlaagd in in 2028 nog eens met € 280, zodat de aftrek vanaf 2028 nog € 5.000 bedraagt. De startersaftrek wijzigt niet. De MKB-winstvrijstelling (14% van de winst) wordt niet verhoogd.

Het koopkrachtnadeel voor de ondernemer wordt gecompenseerd door de hogere arbeidskorting. Die hogere korting geldt uiteraard voor alle werkenden.

Voor de hogere bijtelling voor de volledig elektrisch aangedreven auto’s: zie hierna onder het kopje loonheffingen.

Vennootschapsbelasting

Zoals hiervoor al aangegeven gaat de tariefverlaging in de vennootschapsbelasting nog even niet door. Dit betreft alleen de verlaging van het tarief voor de winsten boven € 200.000. De tarieven voor de vennootschapsbelasting zijn voor de komende jaren (tenzij de wetgever dit nog wijzigt ….):

Tarief 2019 Tarief 2020 Tarief 2021
Winst tot € 200.000 19% 16,5% 15%
Winst boven € 200.000 25% 25% 21,7%

De verhoging van het aanmerkelijk belangtarief (inkomstenbelasting in box 2) is niet teruggedraaid. Over dividenden uit je BV of bij verkoop van je aanmerkelijk belang betaal je in 2019 25%, in 2020 26,25% en vanaf 2021 26,9%.

Het tarief van de innovatiebox wordt verhoogd van 7% naar 9%.

Loonheffingen

In de loonheffingen verandert bijna niets. De minieme verhoging van het WKR-forfait (maximaal € 2.000) beschrijven we in onze artikel WKR-forfait naar 1,7%. Ook al aangekondigd was de gerichte vrijstelling voor vergoedingen aan werknemers om een verklaring omtrent het gedrag (VOG) aan te vragen.

Dat werkgevers vanaf 2020 niet uiterlijk in het eerste aangiftetijdvak van het jaar (januari), maar pas in het tweede (februari) de bij overschrijding van het WKR-forfait verschuldigde loonbelasting (80% van het bedrag van de overschrijding) hoeven te betalen en afdragen, kan zeker niet als spannend worden betiteld.

Voor korting op produkten uit eigen bedrijf wordt met ingang van 2020 de waarde van die produkten gesteld op de waarde in het economisch verkeer.

Voor vrijwilligersorganisaties bevat het belastingplan het hoopgevend kopje: indexeren van vrijwilligersregeling. Het maximumbedrag van de vrijwilligersregeling (per kalenderjaar € 1.700; het maximum maandbedrag bedraagt 1/10e van het jaarbedrag) wordt vanaf 2020 jaarlijks geïndexeerd, maar rekenkundig afgerond op een veelvoud van € 100. Het duurt dus nog wel een paar jaar alvorens er daadwerkelijk sprake is van een hoger maximumbedrag.

De nieuwe bijtellingsregeling (per jaar 7% van de waarde) voor de door de werkgever ter beschikking gestelde (elektrische) fiets was al onderdeel van de belastingplannen 2019.

De hogere bijtelling voor de emissieloze auto (dat is de volledig elektrisch aangedreven auto) was ook al aangekondigd en dus al door ons beschreven: Hogere bijtelling voor elektrische auto’s.

BTW

Voor de BTW is er het wetsvoorstel met de zogeheten quick fixes. Ondernemers die hiermee te maken hebben, doen er verstandig aan om zich voor 1 januari 2020 goed voor te bereiden. We beschrijven de nieuwe regels in ons artikel Nieuwe bewijsregels intracommunautaire leveringen.

Voor de BTW maakt het vanaf 2020 niet meer uit of een boek op papier of elektronisch wordt geleverd of uitgeleend. In beide gevallen wordt het verlaagde tarief (9%) gehanteerd. Ook het verlenen van toegang tot nieuwssites, bijvoorbeeld van dagbladen, weekbladen en tijdschriften, komt onder het verlaagde BTW-tarief.

Het wetsvoorstel waarmee de nieuwe kleine ondernemersregeling (KOR) wordt ingevoerd, is al aangenomen. LET OP: mogelijk moet je hier vóór 20 november 2019 actie op ondernemen. Zie ons artikel Aanmelden voor de nieuwe KOR.

Overdrachtsbelasting

De gesuggereerde tegemoetkoming voor de starters op de woning markt komt er niet. Ook deze mensen blijven overdrachtsbelasting betalen. Voor hen geldt het lage tarief van 2%. Het normale tarief in de overdrachtsbelasting, dat geldt voor de verkrijging van al het vastgoed behalve woningen, wordt verhoogd van 6% naar 7%.