31-07-2019

Buitensporige last door aflossing eigen woningschuld

De Hoge Raad heeft inmiddels voor de jaren tot en met 2016 beslist dat het forfaitaire rendement in box 3 tot een buitensporige last leidt, maar weigert te zorgen voor rechtsherstel. Zie ons artikel Hoge Raad schiet forfaitair rendement box 3 af.

Dit rechtsherstel regelt de belastingrechter in het algemeen wel wanneer een individueel buitensporige last aannemelijk kan worden gemaakt. Maar het valt niet mee om dit voldoende te onderbouwen.

Individueel buitensporige last

De belanghebbende in een recent door Hof Den Haag berechte zaak doet een aardige, maar helaas toch vruchteloze poging. Hij geeft in zijn aangifte inkomstenbelasting 2016 in box 3 aan banksaldi aan € 230.519. Dat betreft uiteraard de stand van de bankrekeningen op 1 januari 2016. Het forfaitaire rendement in box 3 bedraagt € 8.243 (de belasting € 2.472).

De daadwerkelijk ontvangen rente bedraagt in 2016 slechts € 832. Maar de belastingrechter heeft inmiddels meermalen beslist dat ook een belastingdruk, gerelateerd aan de werkelijke rente, van (2.472 / 832) * 100% = 297% nog niet betekent dat sprake is van een buitensporige last. Daarvoor moet naar de complete inkomens- en vermogenspositie van belastingplichtige worden gekeken.

Aflossing eigen woningschuld

Op 28 januari 2016, een kleine maand na de peildatum van box 3, lost belanghebbende de schuld op zijn eigen woning af. Daardoor dalen de saldi op zijn bankrekeningen met € 140.764. Het (forfaitaire) rendement over de resterende saldi zou slechts € 3.054 bedragen. Over dat bedrag berekend, betaalt hij maar liefst 81% aan inkomstenbelasting (2.472 / 3.054). En dat ziet hij als een individueel buitensporige last.

Het Hof beslist echter dat voor box 3 wordt uitgegaan van het vermogen op de peildatum (1 januari 2016). Latere mutaties, positief of negatief, zijn bij het vaststellen van de belastingschuld niet meer van belang. Dat is inherent aan de keuze van de wetgever voor een heffing op een peildatum.

In de procedure komt niet aan de orde dat belanghebbende na 28 januari 2016 geen rente meer hoefde te betalen op de eigen woningschuld. Hoogstwaarschijnlijk is bij de aflossing van de lening een boeterente betaald.

Planning

Uiteraard had belanghebbende de eigen woningschuld beter op (of voor) 31 december 2015 af kunnen lossen. Dan had het bedrag van de aflossing op de peildatum, 1 januari 2016, geen deel meer uitgemaakt van de saldi op zijn bankrekeningen. Uit de procedure blijkt niet waarom pas in januari 2016 is afgelost.