15-05-2019

Boxhoppen met winst uit onderneming

Dat box 3 al lang niet meer de “pretbox” is, weet je inmiddels wel. De oplossing is om je vermogen in box 3 onder te brengen in een andere box: boxhoppen. Vaak wordt naar box 2 gehopt, door het vermogen onder te brengen in een BV (of eventueel een open fonds voor gemene rekening). Maar als je een eenmanszaak hebt (of als ondernemer participeert in een VOF of maatschap), kun je vermogen onderbrengen in je onderneming (box 1).

Ondernemingsvermogen

Een ondernemer kan in het kader van de inkomstenbelasting 3 soorten vermogen hebben:

  1. verplicht ondernemingsvermogen;
  2. keuzevermogen;
  3. verplicht privévermogen.

Alleen de eerste twee soorten zorgen ervoor dat je vermogen niet in box 3, maar in box 1 (als winst uit onderneming) wordt belast. Binnen je onderneming wordt het daadwerkelijk rendement van je vermogen belast. Van het resultaat mag je de MKB-winstvrijstelling aftrekken. Die aftrek bedraagt 14% van de winst. Als je onderneming een verlies realiseert, levert de MKB-winstvrijstelling een bijtelling op van 14%.

Bedrijfsvreemd

Bij de Rechtbank Noord-Holland komt een zaak langs van een mevrouw met een eenmanszaak. Zij leent vanuit haar eenmanszaak een bedrag uit aan een BV. De Belastingdienst ziet het uitlenen van het geld als een bedrijfsvreemde activiteit en de Rechtbank is het daar mee eens. Het gevolg is dat de opbrengsten van de lening niet tot de winst uit onderneming (box 1) behoren, maar worden belast in box 3. Daar door komt de waardedaling van de geldlening niet ten laste van de winst.

De rechtbank overweegt dat het verstrekken van geldleningen, in dit geval, niet hoort tot de normale bedrijfsuitoefening van de eenmanszaak. Bovendien houden de activiteiten van de BV geen verband met die van de eenmanszaak. Ook is geen sprake van de belegging van middelen, die in de eenmanszaak tijdelijk overtollig zijn.

Boxhoppen

Het ziet ernaar uit dat je inkomen uit sparen en beleggen (box 3) nog wel een paar jaren forfaitair wordt bepaald. De aankondiging van nieuwe studies naar aanpassingen in het belastingstelsel zien wij als een signaal dat het bij de kabinetsformatie uitgesproken voornemen om te komen tot een meer op het daadwerkelijk rendement gebaseerde heffingsgrondslag niet op korte termijn wordt omgezet in daden. Het blijft daarom zinvol om te bekijken of vermogen in box 3, waarvan het werkelijke rendement laag is, naar een andere box gehopt kan worden.