Selecteer een pagina

Bijzonder uitstel van betaling in verband met de coronacrisis (update 2 maart 2022)

Deze factsheet is ook beschikbaar in pdf-format.

In verband met de coronacrisis verleent de Belastingdienst ondernemers bijzonder uitstel van betaling. Deze regeling omvat soepelere regels voor het verlenen van uitstel van betaling en heeft betrekking op een groot aantal belastingen. De goedkeuringen zijn vastgelegd in het Besluit noodmaatregelen coronacrisis (laatste versie: 26 januari 2022, nr. 2022-20850, Stcrt. 2022, nr. 3142).

Aan het slot van deze factsheet beschrijven we de invorderingspauze voor voorlopige aanslagen inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen 2022, waarin inkomen uit sparen en beleggen (box 3) is begrepen.

Tot en met 31 maart 2022

De soepelere regels voor het bijzonder uitstel van betaling in verband met de coronacrisis worden per 1 april 2022 beëindigd.

6 tijdvakken

In deze regeling zijn de volgende 6 tijdvakken van belang:

  1. pré-corona;
  2. eerste bijzonder uitstel van betaling;
  3. verlengd bijzonder uitstel van betaling;
  4. tijdelijk aanvullende tegemoetkoming (TAT);
  5. aanvullende regeling;
  6. betalingsregeling.

Hierna worden de regelingen per periode uitgewerkt.

  1. Pré-coronaschulden (vervallen)

Openstaande belastingschulden uit de periode vóór 12 maart 2020 worden aangeduid als pré-coronaschulden. Deze schulden worden, mits in tijdvak 2 bijzonder uitstel is verleend, meegenomen in de in tijdvak 6 geldende betalingsregeling.

  1. Eerste bijzonder uitstel (vervallen)

  1. Verlengd bijzonder uitstel (vervallen)

De regelingen van tijdvak 2 en 3 zijn vervallen per 1 oktober 2021.

Het uitstel van betaling wordt gecontinueerd tot 1 oktober 2027, met dien verstande dat daarvoor vanaf 1 oktober 2022 aan de voorwaarden van de betalingsregeling van tijdvak 6 moet worden voldaan.

De omstandigheid dat de regelingen zijn vervallen, betekent ook dat alle in het kader van deze regelingen gestelde voorwaarden buiten werking zijn (waaronder het verbod op het uitkeren van bonussen en dividenden).

In plaats daarvan gelden de voorwaarden van de aanvullende regeling (ad. 5) en de betalingsregeling (ad. 6).

  1. Tijdelijk aanvullende tegemoetkoming (vervallen)

Deze regeling is met terugwerkende kracht vervallen en vervangen door de aanvullende regeling (ad. 5).

Ondernemers die een aanvraag voor deze regeling hebben gedaan, vallen automatisch onder de aanvullende regeling van tijdvak 5.

  1. Aanvullende regeling

De aanvullende regeling omvat:

–     het doorlopen van het uitstel van betaling (zonder dat daarvoor een verzoek hoeft te worden gedaan) voor ondernemers die:

–     in de tijdvakken 2 en 3 bijzonder uitstel van betaling hebben genoten en;

–     hun belastingschulden uit die tijdvakken nog niet volledig hebben betaald;

–     de mogelijkheid om te verzoeken om bijzonder uitstel van betaling te verlenen voor ondernemers die:

–     nog niet eerder om uitstel van betaling hebben verzocht, of;

–     hun belastingschulden uit de tijdvakken 2 en 3 volledig hebben afgelost op enig moment op of na 1 oktober 2021.

Het bijzonder uitstel van betaling op grond van de aanvullende regeling geldt voor alle belastingen die uiterlijk op 31 maart 2022 betaald moeten zijn (derhalve niet voor bijvoorbeeld de BTW over het 1e kwartaal 2022, die is verschuldigd in april 2022).

Een verzoek om toepassing van de aanvullende regeling moet uiterlijk op 31 maart 2022 door de Belastingdienst zijn ontvangen.

Dit verzoek moet worden ingediend door middel van een brief aan: Belastingdienst Postbus 100 6400 AC Heerlen.

LET OP: voor een maatschap of VOF moet een apart verzoek worden ingediend op het RSIN van de maatschap of VOF.

Voorlopige aanslagen inkomsten- en vennootschapsbelasting 2022

Het Kabinet heeft aangegeven dat het bijzonder uitstel van betaling wel geldt voor de volledige bedragen die zijn verschuldigd op de voorlopige aanslagen inkomsten- en vennootschapsbelasting 2022 (wanneer deze aanslagen in termijnen worden betaald, vervalt een deel van deze termijnen na 31 maart 2022). Deze voorlopige aanslagen kunnen dan worden betaald als onderdeel van de voor tijdvak 6 geldende betalingsregeling.

  1. Betalingsregeling

De betalingsregeling behelst de volgende elementen:

  1. uitstel van betaling tot 1 oktober 2027 voor alle belastingschulden, waarvoor in tijdvak 1 tot en met 5 bijzonder uitstel van betaling is verleend;
  2. een betalingsregeling voor de aflossing van deze opgebouwde belastingschulden.

1. Uitstel van betaling tot 1 oktober 2027

Dit uitstel geldt voor de belastingschulden:

–     waarvoor in tijdvak 1 tot en met 3 bijzonder uitstel van betaling is verleend;

–     waarvoor in tijdvak 5 bijzonder uitstel van betaling is verleend, tenzij de betalingsproblemen niet hoofdzakelijk door de coronacrisis zijn ontstaan.

2. Betalingsregeling voor de aflossing

Aan de betalingsregeling zijn de volgende voorwaarden verbonden:

–     aan alle nieuwe fiscale en financiële verplichtingen jegens de Belastingdienst wordt tijdig voldaan[1], hetgeen betekent dat tijdig:

–     de juiste aangiften worden ingediend;

–     alle uit deze aangiften voortvloeiende betalingsverplichtingen volledig worden nagekomen;

–     de totale belastingschuld wordt met ingang van 1 oktober 2022 afgelost in 60 gelijke maandelijkse termijnen (de eerste aflossingstermijn wordt uiterlijk 31 oktober 2022 betaald en de volgende termijnen vervolgens uiterlijk op de laatste dag van elke volgende kalendermaand).

Wanneer niet (langer) aan deze voorwaarden is voldaan, stelt de ontvanger de ondernemer in staat om dit binnen 14 dagen alsnog te doen.

De ontvanger kan goedkeuren dat de betaling van de aflossingen later plaatsvindt. De ondernemer moet dan aannemelijk maken dat het voor hem redelijkerwijs niet mogelijk is om op 1 oktober 2022 te starten met de aflossingen. De ondernemer mag dan op een later moment starten met aflossen, met dien verstande dat de belastingschuld ook dan uiterlijk 31 oktober 2027 volledig moet zijn afgelost.

Vanzelfsprekend is het te allen tijde toegestaan om sneller af te lossen dan het hiervoor beschreven aflossingsschema.

Belastingteruggaven niet verrekenen

Tijdens de periode van het uitstel van betaling en tijdens de periode van de betalingsregeling verrekent de Belastingdienst belastingteruggaven niet met de belastingschulden waarvoor bijzonder uitstel van betaling is verleend/de betalingsregeling van toepassing is.

De belastingplichtige kan de Belastingdienst wel verzoeken om belastingteruggaven te verrekenen.

Invorderingsrente

Over alle bedragen waarvoor de Belastingdienst uitstel van betaling verleent, wordt invorderingsrente berekend. In verband met de coronacrisis is het tarief van de invorderingsrente echter tijdelijk vastgesteld op 0,01% (op jaarbasis).

Dit tarief wordt in stapjes opgehoogd en bedraagt:

–     per 1 juli 2022: 1%;

–     per 1 januari 2023: 2%;

–     per 1 juli 2023: 3%;

–     per 1 januari 2024: 4%.

LET OP: het tarief van de belastingrente is met ingang van 1 oktober 2020 weer vastgesteld op 4%, ook voor de vennootschapsbelasting.

De belastingrente voor de vennootschapsbelasting bedraagt per 1 januari 2022 weer 8%.

Correspondentie

De ontvanger van de Belastingdienst gaat de ondernemers die bijzonder uitstel van betaling genieten in 2022 met brieven informeren. In deze brieven zal het bedrag van de openstaande belastingschuld worden vermeld.

Schuldenoverzicht

Ondernemers en hun adviseurs kunnen bij de Belastingdienst een schuldenoverzicht opvragen. Dat kan op één van de volgende manieren:

  • via de bestellijn van de Belastingdienst (0800 – 023 01 07), waarbij onder optie 6 per BSN/RSIN een overzicht kan worden aangevraagd;
  • bij meer dan 5 verzoeken per e-mail, met een Excel bijlage waarin BSN/RSIN en naam van de ondernemers wordt vermeld (schuldenoverzicht_bijzonder_uitstel@belastingdienst.nl);
  • via de Belastingtelefoon of de helpdesk intermediairs (0800 – 0543).

Bij de eerste 2 mogelijkheden wordt het schuldenoverzicht binnen 10 werkdagen per post gestuurd naar het bij de Belastingdienst bekende adres van de ondernemer.

Wanneer het verzoek via de belastingtelefoon/helpdesk intermediairs wordt gedaan, ontvangt de ondernemer het overzicht binnen 2 dagen in zijn of haar berichtenbox (www.mijnoverheid.nl).

Betalen vóór 1 oktober 2022

Uiteraard mag er ook al voor 1 oktober 2022 worden betaald ter aflossing van de opgebouwde belastingschulden. Deze aflossingen verlagen dan het bedrag dat tijdens de betalingsregeling elke maand minimaal moet worden afgelost.

Bij aflossingen voor 1 oktober 2022 is wel essentieel dat wordt betaald op concreet ontvangen (naheffings)aanslagen. Vermeld daarom bij de betaling het betalingskenmerk van de aanslag(en) die je betaalt en betaal per aanslag niet meer dan het op die aanslag verschuldigde bedrag. Het handigst is dat de oudste aanslagen als eerste worden betaald.

De betaling wordt dan automatisch afgeboekt op het op die aanslag openstaande bedrag. Als geen betalingskenmerk is vermeldt, kan niet automatisch worden afgeboekt en wordt het betaalde bedrag vaak niet teruggestort, maar geparkeerd op een tussenrekening.

Nog niet duidelijk is hoe de Belastingdienst in de praktijk omgaat met versneld aflossen van belastingschulden tussen 1 oktober 2022 en 1 oktober 2027 (de periode van de betalingsregeling).

Invorderingspauze

De Belastingdienst biedt een invorderingspauze aan belastingplichtigen die hun voorlopige aanslag inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen 2022 (deels) niet willen betalen[2]. Deze mogelijkheid staat alleen open voor belastingplichtigen met in hun aanslag belasting over inkomen uit sparen en beleggen (box 3).

De invorderingspauze heeft niet te maken met de coronacrisis, maar wordt verleend met het oog op het arrest waarin de Hoge Raad op 24 december 2021 (“Kerstarrest”) heeft bepaald dat de wijze waarop het inkomen uit sparen en beleggen wordt bepaald, in strijd is met het EU-recht.

De invorderingspauze houdt in dat de Belastingdienst geen (dwang)invorderingsmaatregelen (betalingsherinneringen en aanmaningen) neemt ten aanzien van een voorlopige aanslag inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen 2022 totdat de definitieve aanslag is opgelegd.

Belastingplichtigen die hun voorlopige aanslag over 2022 niet (volledig) betalen, maar die geen belasting betalen over inkomen uit sparen en beleggen (box 3), krijgen van de Belastingdienst een brief waarin wordt vermeld dat de niet in aanmerking komen voor de invorderingspauze en dat de resterende termijnen moeten worden betaald.

Deze notitie is bedoeld om een regeling in grote lijnen uiteen te zetten. Met het oog op de leesbaarheid zijn zaken daarom vereenvoudigd weergegeven. VWG is daarom niet aansprakelijk voor de gevolgen van handelingen die naar aanleiding van deze notitie wel of niet zijn uitgevoerd.

[1] Deze voorwaarde geldt pas met ingang van 1 oktober 2022: het niet voldoen aan nieuwe betalingsverplichtingen in de periode van 1 oktober 2021 tot 1 oktober 2022 betekent niet dat in de periode tot 1 oktober 2022 geen uitstel van betaling wordt genoten, alsmede dat de betalingsregeling niet kan worden toegepast.

Logisch (maar nog niet geformaliseerd) is dat deze voorwaarde ook niet geld voor de voorlopige aanslagen inkomsten- en vennootschapsbelasting 2022, die ook onder het bijzonder uitstel vallen, alsmede voor de voorlopige aanslagen inkomstenbelasting waarvoor gebruik wordt gemaakt van de invorderingspauze.

[2] Deze regeling wordt vermeld in de Kamerbrief van 28 februari 2022, kenmerk 2022-0000069725.

Andere artikelen