01-09-2021

Bijzonder uitstel van betaling in verband met de coronacrisis (update 1 september 2021)

Deze factsheet is ook beschikbaar in pdf-format.

 

 

In verband met de coronacrisis verleent de Belastingdienst ondernemers bijzonder uitstel van betaling. Deze regeling omvat soepelere regels voor het verlenen van uitstel van betaling en heeft betrekking op een groot aantal belastingen. De goedkeuringen zijn vastgelegd in het Besluit noodmaatregelen coronacrisis (laatste versie: 28 juni 2021, nr. 2021-121258, Stcrt. 2021, nr. 33903).

Tot en met 30 september 2021

In een Kamerbrief[1] heeft de Regering laten weten dat de soepelere regels voor het bijzonder uitstel van betaling in verband met de coronacrisis per 1 oktober 2021 worden beëindigd.

3 tijdvakken

In deze regeling zijn de volgende 3 tijdvakken van belang:

  1. eerste bijzonder uitstel van betaling;
  2. verlengd bijzonder uitstel van betaling;

Hierna worden de regelingen per periode uitgewerkt.

Pré-coronaschulden

Daarnaast kan de periode vóór 12 maart 2020 van belang zijn. Openstaande belastingschulden uit die periode worden aangeduid als pré-coronaschulden.

  1. Eerste bijzonder uitstel

Bijzonder uitstel van betaling wordt door de ontvanger van de Belastingdienst verleend na de ontvangst van een verzoek ná 12 maart 2020 en uiterlijk op 30 september 2021.

Op basis van het verzoek worden de invorderingsmaatregelen voor de verzoeker gedurende 3 maanden opgeschort (maar uiterlijk tot en met 30 september 2021). Dit betreft alle op dat moment openstaande en alle nog op te leggen belastingaanslagen, waarvoor de regeling geldt (ook pré-coronaschulden).

Aan de toewijzing van het verzoek worden geen voorwaarden gesteld. Zo wordt niet onderzocht of daadwerkelijk sprake is van betalingsproblemen en ook niet of de betalingsproblemen het gevolg zijn van de coronacrisis.

Het verzoek wordt alleen geweigerd wanneer de belangen van de Staat zich tegen het uitstel verzetten.

Het eerste bijzonder uitstel van betaling kan slechts één keer worden genoten. Een ondernemer die bijzonder uitstel van betaling heeft gekregen, op enig moment alle openstaande belastingschulden heeft betaald, maar daarna opnieuw bijzonder uitstel van betaling wil genieten, moet verzoeken om verlenging van het bijzonder uitstel van betaling (en daarbij voldoen aan de hierna beschreven voorwaarden).

  1. Verlengd bijzonder uitstel

Ondernemers die een eerste verzoek om bijzonder uitstel van betaling hebben gedaan, kunnen voor de periode na de eerste periode van 3 maanden verzoeken om verlenging van het uitstel (alleen wanneer de termijn van 3 maanden afloopt voor 1 oktober 2021).

Bij verlenging van het bijzonder uitstel van betaling worden aanvullende eisen gesteld:

  • bestaande betalingsproblemen maken langer uitstel noodzakelijk;
  • deze betalingsproblemen zijn hoofdzakelijk door de coronacrisis veroorzaakt;
  • er is (tijdig) voldaan aan alle aangifteverplichtingen;
  • de ondernemer verklaart dat geen bonussen of dividenden worden uitgekeerd en geen eigen aandelen worden ingekocht;
  • als de totale belastingschuld bij het eerste verzoek om uitstel van betaling € 20.000 of meer bedroeg, moet een derde-deskundige verklaren dat:
    • aannemelijk is dat sprake is van bestaande of op korte termijn te verwachten betalingsproblemen;
    • aannemelijk is dast deze betalingsproblemen hoofdzakelijk door de coronacrisis zijn ontstaan
    • de liquiditeitsprognose plausibel is (en in de toelichting vermelden welke documenten of gegevens door de ondernemer zijn verstrekt).

Als een verzoek om verlenging is toegewezen, loopt het bijzonder uitstel van betaling door tot 1 oktober 2021. Dit is ook het geval wanneer op enig moment tussentijds alle openstaande belastingschulden zijn betaald.

  1. Afbouw

De afbouw van het bijzonder uitstel van betaling behelst de volgende elementen:

  1. het hervatten van de betaling van nieuwe verplichtingen;
  2. een betalingsregeling voor de aflossing van de opgebouwde belastingschuld (inclusief de pré-coronaschulden).

 

  1. Hervatten betaling

Zodra het bijzonder uitstel van betaling is geëindigd, moeten alle nieuwe betalingsverplichtingen weer op tijd worden nagekomen. Wanneer hier niet aan wordt voldaan, kan de ontvanger het verleende uitstel van betaling intrekken.

Voor de onder het uitstel van betaling opgebouwde belastingschulden geldt de betalingsregeling, zoals hierna beschreven.

Het bijzonder uitstel van betaling eindigt:

  • als niet om verlenging is verzocht: 3 maanden na de ontvangst van het verzoek, maar uiterlijk op 30 september 2021 (LET OP: alleen de nieuwe betalingsverplichtingen moeten vanaf dat moment worden voldaan);
  • als om verlenging is verzocht: op 30 september 2021.

Dit betekent dat de BTW over het 3e kwartaal van 2021 en de loonheffingen over september 2021 weer regulier moeten worden betaald.

2. Betalingsregeling

Het uitstel van betaling wordt verlengd tot 1 oktober 2027 voor belastingschulden die in de tijdvakken 1 en 2 zijn opgebouwd, alsmede voor de pré-coronaschulden.

Pré-coronaschulden

LET OP: pré-coronaschulden vallen alleen onder de betalingsregeling indien de ondernemer heeft verzocht om verlenging van het bijzonder uitstel van betaling (niet indien de ondernemer alleen het bijzonder uitstel van betaling heeft genoten gedurende de eerste drie maanden).

Als het verzoek om uitstel van betaling ná 31 maart 2021[2] wordt ingediend, gelden als aanvullende voorwaarden voor het toepassen van de betalingsregeling dat:

  • de ondernemer vóór 1 oktober 2021 een aanvullend verzoek voor de betalingsregeling indient, en;
  • hij aantoont dat hij voldoet aan de voorwaarden die worden gesteld aan de verlenging van het bijzonder uitstel van betaling (zie hiervoor).

Verruiming toegang tot betalingsregeling

In de Kamerbrief waarmee de Regering het einde van de soepelere regels voor bijzonder uitstel van betaling aankondigt, wordt gemeld dat de verlengde aflossingstermijn van 60 maanden geldt voor alle schulden van ondernemers die uitstel van betaling vangwege de coronacrisis hebben gekregen, ook als geen verlengingsverzoek is gedaan.

Het lijkt erop dat daarmee alle belastingschulden van ondernemers aan wie het bijzonder uitstel van betaling is verleend, onder de betalingsregeling worden gebracht. De concrete formulering van de aangepaste regeling is nog niet beschikbaar.

De Belastingdienst heeft ondernemers opgeroepen om, met het oog op deze verruiming van de toegang tot de betalingsregeling, alsnog vóór 1 oktober 2021 op bijzonder uitstel van betaling te vragen.

Wanneer de betalingsregeling niet van toepassing is, vervalt het uitstel van betaling per 1 oktober 2021[3] en moeten op dat moment alle openstaande belastingschulden (zowel de oude, waarvoor het bijzonder uitstel van betaling was verleend, als de nieuwe) worden voldaan.

Voorwaarden betalingsregeling:

  • aan alle nieuwe fiscale en financiële verplichtingen jegens de Belastingdienst wordt tijdig voldaan;
  • de totale belastingschuld wordt met ingang van 1 oktober 2022 afgelost in 60 gelijke maandelijkse termijnen (de eerste aflossingstermijn wordt uiterlijk 31 oktober 2022 betaald en de volgende termijnen vervolgens uiterlijk op de laatste dag van elke volgende kalendermaand);
  • wanneer verlengd bijzonder uitstel is genoten, moet ook tijdens de afbouwfase worden voldaan aan de hiervoor bij ad. 2 genoemde voorwaarden (met name de verplichting om geen bonussen en dividenden uit te keren en geen eigen aandelen in te kopen).

Wanneer niet (langer) aan deze voorwaarden is voldaan, stelt de ontvanger de ondernemer in staat om dit binnen 14 dagen alsnog te doen.

De ontvanger kan goedkeuren dat de betaling van de aflossingen later plaatsvindt. De ondernemer moet dan aannemelijk maken dat het voor hem redelijkerwijs niet mogelijk is om op 1 oktober 2022 te starten met de aflossingen. De ondernemer mag dan op een later moment starten met aflossen, met dien verstande dat de belastingschuld ook dan uiterlijk 31 oktober 2027 volledig moet zijn afgelost.

Vanzelfsprekend is het te allen tijde toegestaan om sneller af te lossen dan het hiervoor beschreven aflossingsschema.

Belastingteruggaven niet verrekenen

Tijdens de periode van het uitstel van betaling en tijdens de periode van de betalingsregeling verrekent de Belastingdienst belastingteruggaven niet met de belastingschulden waarvoor bijzonder uitstel van betaling is verleend. De belastingplichtige kan de Belastingdienst wel verzoeken om belastingteruggaven te verrekenen.

Invorderingsrente

Over bedragen waarvoor de Belastingdienst uitstel van betaling verleent, wordt invorderingsrente berekend. In verband met de coronacrisis is het tarief van de invorderingsrente echter tijdelijk vastgesteld op 0,01% (op jaarbasis).

Dit tarief wordt in stapjes opgehoogd en bedraagt:

  • per 1 januari 2022: 1%;
  • per 1 juli 2022: 2%;
  • per 1 januari 2023: 3%;
  • per 1 januari 2024: 4%.

LET OP: het tarief van de Belastingrente is met ingang van 1 oktober 2020 weer vastgesteld op 4% (ook voor de vennootschapsbelasting[4]).

Correspondentie

De ontvanger van de Belastingdienst gaat de ondernemers die bijzonder uitstel van betaling genieten met brieven informeren. In deze brieven zal het bedrag van de openstaande belastingschuld worden vermeld.

Schuldenoverzicht

Ondernemers en hun adviseurs kunnen bij de Belastingdienst een schuldenoverzicht opvragen. Dat kan op één van de volgende manieren:

  • via de bestellijn van de Belastingdienst (0800 – 023 01 07), waarbij onder optie 6 per BSN/RSIN een overzicht kan worden aangevraagd;
  • bij meer dan 5 verzoeken per e-mail, met een excelbijlage waarin BSN/RSIN en naam van de ondernemers wordt vermeld (schuldenoverzicht_bijzonder_uitstel@belastingdienst.nl);
  • via de Belastingtelefoon of de helpdesk intermediairs (0800 – 0543).

Bij de eerste 2 mogelijkheden wordt het schuldenoverzicht binnen 10 werkdagen per post gestuurd naar het bij de Belastingdienst bekende adres van de ondernemer.

Wanneer het verzoek via de belastingtelefoon/helpdesk intermediairs wordt gedaan, ontvangt de ondernemer het overzicht binnen 2 dagen in zijn of haar berichtenbox (www.mijnoverheid.nl).

 

 

 

ze notitie is bedoeld om een regeling in grote lijnen uiteen te zetten. Met het oog op de leesbaarheid zijn zaken daarom vereenvoudigd weergegeven. VWG is daarom niet aansprakelijk voor de gevolgen van handelingen die naar aanleiding van deze notitie wel of niet zijn uitgevoerd.

[1] Kamerbrief met kenmerk CE-AEP / 21220232.

[2] Deze datum is in het meest recente besluit niet gewijzigd.

[3] LET OP: het bijzonder uitstel van betaling loopt dan niet tot 1 oktober 2022 (de datum waarop in het kader van de betalingsregeling de aflossingen moeten starten).

[4] Op termijn wordt de belastingrente voor de vennootschapsbelasting weer gesteld op het minimumtarief van 8%.