Selecteer een pagina

Bestuurder aansprakelijk door risicovolle lening

De bestuurder van een B.V. kan persoonlijk aansprakelijk worden gesteld voor door de B.V. niet betaalde belastingschulden. Dan moet sprake zijn van (kennelijk) onbehoorlijk bestuur, dat mede de oorzaak is van het niet voldoen van de belastingschulden. Als tijdig aan de Belastingdienst wordt gemeld dat de B.V. haar belastingschulden niet kan voldoen (melding van betalingsonmacht), moet de Belastingdienst bewijzen dat sprake is van (kennelijk) onbehoorlijk bestuur. Zonder tijdige melding van betalingsonmacht rust deze bewijslast volledig op de aansprakelijk gestelde bestuurder.

Hof Arnhem-Leeuwarden mocht onlangs oordelen over de bestuurder van 2 B.V.’s. De ene B.V. leende in totaal € 120.000 uit aan de andere B.V. voor een periode van ruim een jaar, tegen een rente van 6%, zonder zekerheden, ter financiering van de ontwikkeling van een veelbelovend product. De lenende B.V. loste de lening niet af en de uitlenende B.V. werd failliet verklaart. Bij de gefailleerde uitlenende B.V. blijft voor ruim € 300.000 aan naheffingsaanslagen loonheffingen onbetaald. De Belastingdienst stelt de bestuurder hiervoor aansprakelijk.

Het Hof is het hiermee eens, ook voor belastingschulden betreffende de perioden waarvoor een tijdige melding van betalingsonmacht was gedaan. Volgens het Hof vormde alleen al het verstrekken van de lening onbehoorlijk bestuur. Het verstrekken van de (relatief omvangrijke) lening paste namelijk niet in de normale bedrijfsuitoefening en op het moment van het verstrekken van de lening had de uitlenende vennootschap al omvangrijke belastingschulden. De lening was kennelijk risicovol en de bestuurder had dat moeten begrijpen, enerzijds omdat de bank geen krediet wilde verstrekken en anderzijds omdat geen zekerheden werden bedongen. Daaraan doet, aldus het Hof, ook niet af dat de Belastingdienst na de verstrekking van de lening een betalingsregeling heeft toegestaan.

 

Andere artikelen