Belastingverdrag Duitsland: 1-1-2017 echt van kracht

belastingverdrag duitsland vwgnijhof

Op 1 januari 2016 is het nieuwe belastingverdrag met Duitsland in werking getreden. Het vervangt het verdrag uit de jaren ’50.

Belastingverdrag Duitsland

Dit verdrag bevat belangrijke wijzigingen voor de belastingheffing van gepensioneerden. Voor belastingplichtigen die pensioen ontvangen uit het ene land, maar wonen in het andere land (pensionado’s) kan de invoering van dit nieuwe belastingverdrag nadelige financiële gevolgen hebben. Om deze groep belastingplichtigen tegemoet te komen is overgangsrecht en een overgangsregeling opgenomen.

Overgangsrecht (algemene overgangsregeling)

In 2016, het eerste jaar na de inwerkingtreding van het nieuwe belastingverdrag, geldt een algemene overgangsregeling. Als de nieuwe regels tot belastingnadeel zouden leiden, kunnen belastingplichtigen ervoor kiezen om nog één jaar gebruik te maken van de regels van het oude verdrag. Voor een deel van de inwoners van Duitsland met een pensioen, lijfrente of sociale zekerheidsuitkering uit Nederland betekent deze keuze dat zij ook in 2016 over deze Nederlands inkomsten in Duitsland belasting betalen.

Dit overgangsrecht stopt per 1 januari 2017.

Overgangsregeling: wonen in Duitsland, pensioen uit Nederland

Onder het oude belastingverdrag met Duitsland werden bedrijfspensioenen belast in het woonland van de gepensioneerde. Het Nederlandse pensioen van inwoners in Duitsland werd in Duitsland belast. Het Duitse belastingrecht resulteert in een voordeliger heffing op pensioen dan de heffing in Nederland. Afhankelijk van de ingangsdatum van het pensioen wordt slechts een deel van het pensioen in de heffing betrokken. Terwijl een pensioen in Nederland geheel in de heffing wordt betrokken tegen een tarief van maximaal 52%.

Onder het nieuwe belastingverdrag gaan gepensioneerden met een pensioen, lijfrente of sociale zekerheidsuitkering van in totaal meer dan € 15.000 per jaar, belasting betalen in het land waaruit de uitkeringen afkomstig zijn. Dit betekent dat een belastingplichtige die in Duitsland woont en uit Nederland bijvoorbeeld AOW en een Nederlands bedrijfspensioen ontvangt van in totaal meer dan € 15.000 per jaar, daarover in Nederland inkomstenbelasting verschuldigd is. In Nederland loopt de heffing over het gehele pensioen op tot maximaal 52%. Uit berekeningen blijkt dat dit in veel gevallen leidt tot een fors hogere belastingdruk dan in de oude situatie het geval was.

Door het nieuwe verdrag kreeg een grote groep inwoners van Duitsland, die een pensioen, lijfrente of sociale zekerheidsuitkering ontvangen uit Nederland, te maken met een forse toename van de belastingdruk. Voor hen geldt naast de hiervoor genoemde algemene overgangsrecht tevens een specifieke overgangsregeling gedurende zes jaar.

Tijd om aan te wennen

Voormalig Staatssecretaris van Financiën Frans Weekers zei hierover: “Ik vind het belangrijk dat deze groep gepensioneerden de tijd krijgt om zich aan deze situatie aan te passen. Daarom wil ik voorzien in een overgangsregeling voor zes jaar om de gevolgen van deze overgang van het heffingsrecht geleidelijker te laten verlopen.”

Op pensioen, lijfrente en sociale zekerheidsuitkeringen is tijdelijk een lager belastingtarief van toepassing. Het tarief wordt gedurende zes jaar stapsgewijs verhoogd. In onderstaande tabel is het verloop van het tarief weergegeven:

Jaar Maximaal tarief
2016 10%
2017 10%
2018 15%
2019 20%
2020 25%
2021 30%

Voorwaarden

Om van deze overgangsregeling gebruik te kunnen maken dient de belastingplichtige aan een aantal voorwaarden te voldoen. Keuze voor de overgangsregeling is alleen mogelijk als de gepensioneerde vanaf 12 april 2012 onafgebroken inwoner van Duitsland is geweest en de eerste betaling van het betreffende pensioen voor 1 januari 2016 heeft ontvangen. De regeling kan niet meer worden toegepast zodra de gepensioneerde (tijdelijk) niet meer in Duitsland woont.

Let wel: deze overgangsregeling geldt niet voor uitkeringen waarvoor het heffingsrecht op grond van het oude verdrag reeds aan Nederland was toegewezen. Voorbeelden hiervan zijn een afkoopsom voor een lijfrente en de AOW- / WIA- / WAO- / WAJONG-uitkeringen. De belasting wordt dan naar evenredigheid toegerekend.

Benieuwd hoe dit voor u uitpakt? Neem contact met ons op voor een berekening.

Andere artikelen

De belastingplannen voor 2023

Welke belangrijke fiscale voorstellen kwamen op Prinsjesdag 2022 uit het koffertje van minister Kaag van Financiën? Wij zetten de tien belangrijkste voor...

Hogere winstbelastingen!!

Al snel na het bereiken van het akkoord over de koopkrachtmaatregelen, zijn deze uitgelekt. Wij ontlenen het onderstaande aan de pers.