Bedrijfsopvolgingsregeling teruggenomen

Gepubliceerd op: 12 april 2024

Dat bij de schenking of vererving van ondernemingsvermogen een forse vrijstelling kan worden toegepast, is bij velen wel bekend. Dat de onderneming vervolgens minstens 5 jaar moet doordraaien, realiseert zich niet iedereen.

BOR

Wanneer in 2024 ondernemingsvermogen (of aandelen waarin ondernemingsvermogen is belichaamd) wordt verkregen uit een erfenis of schenking, is daarvan maar liefst € 1.325.253 volledig (100%) vrijgesteld van erf- en schenkbelasting. Het meerdere is voor 83% vrijgesteld. Deze vrijstelling is bekend als de bedrijfsopvolgingsregeling (BOR).

De achter deze vrijstelling liggende gedachte is dat de heffing van erf- en schenking niet in de weg mag staan aan reële bedrijfsopvolgingen. Daarom wordt aan de toepassing van de vrijstelling de voorwaarde verbonden dat:

  • de verkregen onderneming (of de verkregen aandelen) gedurende de 5 jaar na het overlijden/het tijdstip van de schenking in het bezit van de erfgenaam of schenker moet blijven EN;
  • de exploitatie van de onderneming gedurende deze periode moet worden voortgezet.

Wanneer aan deze voortzettingseis niet wordt voldaan, moet de niet geheven erf- of schenkbelasting alsnog aan de Belastingdienst worden betaald.

Faillissement

Bij Rechtbank Zeeland-West-Brabant is een zaak aanhangig geweest waarin ouders in 2014 (certificaten van) aandelen in een BV hebben geschonken aan hun zoon. Op deze schenking is de BOR toegepast. Aan de zoon is in 2016 een aanslag schenkbelasting opgelegd voor een bedrag van bijna € 445.000, welk bedrag vooralsnog niet is ingevorderd omdat de BOR wordt toegepast.

In 2017 is vader overleden. Dat is op zich uiteraard voor de voortzettingseis niet van belang. Maar wanneer een poosje later het faillissement van de BV wordt uitgesproken, constateert de Belastingdienst dat de onderneming van de BV binnen de aan de toepassing van de BOR gekoppelde voortzettingstermijn (binnen 5 jaar na de schenking in 2014) is beëindigd. De Belastingdienst vordert daarom van de zoon betaling van de in 2016 niet geïnde erfbelasting (€ 445.000).

Dwaling

Moeder en zoon proberen dit af te wenden door een overeenkomst ter zake van dwaling te sluiten. Op grond van deze overeenkomst zijn de (certificaten van) aandelen door zoon terug geleverd aan moeder. Dwaling is een rechtsgrond waarmee de schenking kan worden vernietigd. Als de schenking wordt vernietigd, kan de aanslag schenkbelasting worden teruggedraaid. En dan hoeft de zoon deze belasting uiteraard niet alsnog te betalen.

De Rechtbank beslist dat geen sprake is van dwaling. Een overeenkomst is tot stand gekomen onder dwaling indien deze bij een juiste voorstelling van zaken niet zou zijn gesloten. Moeder en zoon hebben echter, aldus de Rechtbank, niet voldoende onderbouwd dat zij er bij het sluiten van de schenkingsovereenkomst onvoldoende van op de hoogte waren dat de BOF zou worden teruggedraaid in het geval van faillissement van de BV of dat zij, als ze daarvan wel op de hoogte waren, de schenking niet of onder andere voorwaarden zouden hebben gedaan. De Belastingdienst vordert de schenkbelasting daarom terecht alsnog in van de zoon.

Andere artikelen

FASTER

Met ingang van 2030 kunnen beleggers in de EU de teveel ingehouden bronbelasting eenvoudiger terugvragen.