02-09-2019

Alleen facturen zijn onvoldoende bewijs

De factuur is in de BTW een belangrijk document. Maar als je alleen een factuur hebt, is dat niet voldoende bewijs dat daadwerkelijk een goederentransacties heeft plaatsgevonden.

Handel

Dat besliste de Rechtbank Noord-Holland onlangs in de zaak van een groothandel in bloemen, planten en aanverwante artikelen. Deze goederen werden ingekocht bij een Nederlandse leverancier en vervolgens doorverkocht aan afnemers in Rusland (soms via Tsjechische bedrijven).

De groothandel trekt uiteraard de door de Nederlandse leverancier berekende BTW af. En aan haar Russische afnemers wordt de BTW in rekening gebracht met toepassing van het 0%-tarief. Het betreft immers de export van goederen naar een bestemming gelegen buiten de Europese Unie.

Fraude

Waarschijnlijk voel je de spreekwoordelijke nattigheid al: de Nederlandse leverancier draagt de BTW niet af. De groothandelaar is in een fraudeketen beland. De Belastingdienst neemt de stelling in dat de groothandelaar deze BTW niet had mogen aftrekken. Daarbij is niet in geschil dat de groothandelaar beschikt over op zijn naam gestelde facturen, waarop de BTW in rekening is gebracht.

Maar voor aftrek van BTW is ook vereist dat deze BTW in rekening is gebracht voor aan de ondernemer verrichte prestaties. De Belastingdienst onderbouwt de weigering van de BTW-aftrek dan ook met de stelling dat geen sprake is geweest van de leveringen van de goederen waarop de facturen betrekking hebben.

Bewijs

De last van het bewijs dat BTW terecht in aftrek is gebracht, rust op ondernemer die de aftrek claimt. In dit geval is dat de groothandelaar. Uit het door de Belastingdienst uitgevoerde boekenonderzoek blijkt echter dat de administratie geen informatie over inkooporders bevat. Ook zijn er geen kopieën van transportdocumenten of andere documenten. Verder vermeldt de leverancier geen BTW-identificatienummer op haar facturen. En de betalingen worden gedaan naar een Letse bankrekening.

De Rechtbank concludeert dan ook dat de groothandelaar niet aannemelijk heeft gemaakt dat aan de facturen reële goederentransacties ten grondslag liggen. De Rechtbank overweegt dat elke ondernemer, aan wie leveringen van dergelijke omvang worden verricht, een administratie bijhoudt met daarin, naast de facturen, documenten ter zake van de inkooptransacties, het vervoer en de kwaliteitscontroles.

De Belastingdienst heeft de afgetrokken BTW terecht nageheven.