Aftrek fictieve loonkosten

Gepubliceerd op: 5 december 2025

Voor een heel specifieke situatie heeft het Ministerie van Financiën in het kader van de heffing van vennootschapsbelasting de aftrek van fictieve loonkosten goedgekeurd.

Kantinestichting

De specifieke situatie betreft een kantinestichting. Dat is een stichting die een kantine exploiteert namens meerdere sportverenigingen. Het exploitatieoverschot van de kantinestichting wordt ingezet voor de primaire activiteiten van die verenigingen.

Deze stichting is belastingplichtig voor de vennootschapsbelasting omdat de stichting een onderneming drijft. De stichting realiseert namelijk structureel overschotten (winst), maar ook als dat niet het geval was, zou de stichting vennootschapsbelastingplichtig zijn omdat in concurrentie wordt getreden met (horeca)ondernemers die inkomsten- of vennootschapsbelasting betalen.

Vrijstelling

De vennootschapsbelasting kent een generieke vrijstelling. Voorwaarde voor de toepassing van die vrijstelling is dat de winst in een jaar niet meer bedraagt van € 15.000 (of over 5 jaren in totaal niet meer dan € 75.000, waarbij verliesjaren op € 0 worden gesteld).

Deze bedragen werden door de kantinestichting overschreden, mede doordat haar winst wordt veroorzaakt door de inzet van de leden van de vereniging, die voor hun werkzaamheden geen vergoeding ontvangen.

Fictieve loonkosten

Bij de berekening van de hoogte van de winst mogen fictieve loonkosten worden afgetrokken. Voorwaarde daarvoor is dat sprake is van een lichaam dat een sociaal belang behartigt (of de status van ANBI heeft). Het sociaal belang wordt behartigt als de instelling activiteiten verricht die primair zijn gericht op het particuliere belang van leden en daaraan een grote maatschappelijke waarde kan worden toegekend.

De kantinestichting verricht haar activiteiten echter jegens de verenigingen, niet jegens de leden van de verenigingen, en wordt daarom niet aangemerkt als een instelling die het sociaal belang behartigt.

Goedkeuring

Dat betekent dat de stichting vennootschapsbelasting moet afdragen over haar exploitatie-overschotten. Dat acht het Ministerie onbillijk omdat in de stichting een taak is ondergebracht die in feite door, voor en met de leden van de verenigingen wordt uitgeoefend. Wanneer de verenigingen zelf de exploitatie van de kantine zouden verrichten, zouden de verenigingen, naar verwachting, niet in de heffing van vennootschapsbelasting zijn betrokken.

Daarom keurt het Ministerie goed dat fictieve loonkosten voor de vrijwilligers van de verenigingen worden afgetrokken, op voorwaarde dat:

  • de exploitatie van de kantine materieel door de verenigingen wordt verricht;
  • de verengingen, indien zij de exploitatie zelf zouden verrichten, hoogstwaarschijnlijk ook niet in de heffing van vennootschapsbelasting zouden worden betrokken;
  • een eventueel exploitatieoverschot van de stichting wordt ingezet voor de primaire activiteiten van de verenigingen.

LET OP: vergelijkbare situaties kunnen niet zonder meer van deze goedkeuring gebruik maken, maar moeten daarvoor een verzoek, op grond van de hardheidsclausule, sturen aan het Ministerie van Financiën.

Sportvereniging met kantine

Voor amateursportverenigingen met een kantine regelt het besluit Belastingplicht van stichtingen en verenigingen dat in veel gevallen voor de heffing van vennootschapsbelasting geen sprake is van ondernemerschap. Dat betekent dat deze verenigingen geen beroep hoeven te doen op de generieke vrijstelling om bij de heffing van vennootschapsbelasting weg te blijven.

Het besluit regelt dat ten aanzien van de kantine-exploitatie van een winststreven van een amateursportvereniging geen sprake is als:

  • de kantine-exploitatie een normale nevenactiviteit vorm van de sportvereniging;
  • buiten het gebruik van de kantine voor het verenigingsleven in besloten kring de openstelling van de kantine slechts plaatsvindt in rechtstreeks verband (ook qua tijdsduur) met de sportieve activiteiten van de vereniging;
  • de kantine, noch de daartoe behorende (delen van de) inventaris al dan niet tegen een vergoeding, aan derden ter beschikking worden gesteld;
  • de kantine kan geopend zijn tijdens sportieve activiteiten van derden, mits die sportieve activiteiten overeenkomen met de sport die pleegt te worden beoefend door de sportvereniging of de accommodatie voor die sportactiviteiten is ingericht en de openstelling rechtstreeks voortvloeit uit verplichtingen van de vereniging jegens de eigenaar/verhuurder van de accommodatie, de openstelling vindt ten hoogste 12 dagen per kalenderjaar plaats; begint niet eerder dan 1 uur voor aanvang van de activiteit en eindigt niet later dan 1 uur na einde van die activiteit.
  • zowel statutair als feitelijk wordt het exploitatieresultaat van de kantine uitsluitend aangewend voor de primaire activiteiten van de sportvereniging.

Amateursportverenigingen die een bestuursreglement hebben conform het Model Bestuursreglement ‘alcohol in sportkantines’ van NOC/NSF en voldoen aan de voorwaarden van paragraaf 3 van die reglement worden geacht, indien en zolang ze handelen in overeenstemming met dit reglement, worden geacht te voldoen aan de hiervoor opgesomde voorwaarden.

Niet duidelijk is waarom het Ministerie van Financiën kiest voor de goedkeuring voor de toepassing van de aftrek van fictieve loonkosten en niet voor het overeenkomstig van toepassing verklaren van de goedkeuringen in het besluit Belastingplicht van stichtingen en verenigingen.

Andere artikelen