Aankoop-BTW appartement niet aftrekbaar

Gepubliceerd op: 1 oktober 2025

Een BV koopt een (luxe) appartement en verhuurt dat aan een dochter-BV, die geen personeel in dienst heeft. De op de aanschaf van het appartement drukkende BTW (€ 295.041) trekt de BV af. Die aftrek wordt door de Belastingdienst geweigerd. Hof Arnhem-Leeuwarden is het daarmee eens.

Hoofdregel: verhuur = vrijgesteld

De hoofdregel in de BTW is dat verhuur is vrijgesteld. Huurder en verhuurder kunnen kiezen voor met BTW belaste (ver)huur, mits de huurder het gehuurde (nagenoeg) geheel (voor 90%) of meer gebruikt voor prestaties waarvoor de huurder recht heeft op aftrek van BTW.

Het gebruik van onroerend goed als woning is niet een met BTW belaste handeling en levert dus geen recht op aftrek van BTW op. De Rechtbank heeft vastgesteld dat het appartement is gelegen in een appartementencomplex met een woonbestemming. En de BV heeft bij ondertekening van het koopcontract verklaard het appartement overeenkomstig die bestemming te zullen gebruiken. Maar de Rechtbank overweegt ook dat het feitelijke gebruik van het appartement beslissend is voor de vraag of aan het 90%-criterium is voldaan.

Zakelijk gebruik

De dochter-BV stelt dat haar directeur(-grootaandeelhouder) het appartement enkele dagen per week gebruikt:

  • als hij voor zakelijke besprekingen in de Randstad moet zijn;
  • voor de ontvangst van zakelijke relaties;
  • als uitvalsbasis voor zakelijke afspraken;
  • voor overnachtingen als hij meerdere dagen achter elkaar afspraken heeft.

Die stellingen zijn op zich steekhoudend, maar de BV weet ze niet voldoende te onderbouwen. De door de BV aangereikte onderbouwing bestaat onder andere uit een plattegrond van het casco-appartement en verklaringen van zakelijke relaties over vergaderingen die in het appartement hebben plaatsgevonden. Die lijst met zakelijke besprekingen wordt door de BV onderbouwd met achteraf gemaakt uittreksel van een agenda (de primaire vastlegging, de agenda en andere informatie, is niet aangereikt).

Verder heeft de BV slechts 2 foto’s aangereikt: van een klein bureau met daarop een laptop en van een tafel met 2 laptops en 6 stoelen. De BV heeft geen foto’s aangereikt van de overige ruimten en van de volledige inrichting van het appartement. De Belastingdienst heeft verkoopinformatie van het appartement ingebracht, waaruit blijkt dat het appartement volledig is ingericht als woning. De BV overlegt geen bewijsmiddelen waaruit blijkt dat de inrichting heeft plaatsgevonden met het oog op verkoop.

De Rechtbank oordeelt dan ook dat de BV niet voldoende heeft ongebouwd dat het appartement niet (mede) als woning, maar uitsluitend zakelijk is gebruikt. Het Hof gaat daarin mee en overweegt aanvullend dat de directeur-grootaandeelhouder als enige een sleutel van het appartement heeft en het appartement op elk gewenst moment kan gebruiken.

Andere artikelen