10-12-2019

3 maanden respijt voor schriftelijke arbeidsovereenkomst

Op 1 januari 2020 wordt de Wet Arbeidsmarkt in Balans (WAB) van kracht. Werkgevers moeten dan voor alle werknemers in vaste dienst beschikken over een op schrift gestelde arbeidsovereenkomst. Die moet er uiterlijk 31 maart 2020 liggen.

Hoge en lage WW-premie

Vanaf de invoering van de WAB wordt gewerkt met een hoge en een lage WW-premie. Hoofdregel is dat de hoge premie is verschuldigd. Alleen wanneer de werknemer een contract voor onbepaalde tijd heeft, mag de lage premie worden afgedragen. De WW-premie komt volledig ten laste van de werkgever.

De hoge WW-premie is voor 2020 vastgesteld op 7,94%. De wet bepaalt dat de lage WW-premie 5%-punten onder de hoge ligt. Derhalve komt de lage WW-premie voor 2020 op 2,94%.

Schriftelijke arbeidsovereenkomst

Dat de werknemer een arbeidscontract voor onbepaalde tijd heeft, moet blijken uit een schriftelijke overeenkomst. Voor werknemer, die een arbeidscontract voor onbepaalde tijd hebben, dat nog niet op schrift staat, moeten de afspraken alsnog op papier worden gezet. Voor werknemers die na een tijdelijk contract in vaste dienst zijn getreden, mag worden volstaan met een addendum (een aanvulling) op het schriftelijk vastgelegde tijdelijke contract.

Het blijkt dat niet alle werkgevers in staat zijn om voor de jaarwisseling naar 2020 hun afspraken met vast werknemers schriftelijk vast te leggen. Daarom verleent Minister Koolmees van Sociale Zaken en Werkgelegenheid in een kamerbrief enige coulance. Die houdt in dat:

  • werkgevers 3 maanden extra krijgen om te voldoen aan de administratieve voorwaarden voor de lage WW-premie;
  • uitsluitend voor werknemers die vóór 1 januari 2020 in dienst zijn getreden.

Deze werkgevers mogen in de maanden januari tot en met maart 2020 de lage WW-premie afdragen. Wanneer op 1 april 2020 blijkt dat er nog steeds geen schriftelijke arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd ligt, moet echter alsnog terugwerkend naar 1 januari 2020 de hoge WW-premie worden afgedragen.